De (on)zin van de RIV-toets
Rochewood sprak met Natascha Schenk, jurist sociaal verzekeringsrecht. Ze is bekend van haar blogs en LinkedIn-posts over het complexe speelveld van de WIA en sociale zekerheid. In dit interview zoomt ze in op de RIV-toets: het moment waarop het UWV toetst of een werkgever genoeg heeft gedaan aan re-integratie. Wat houdt deze toets in, waarom is hij zo belangrijk en hoe voorkom je een loonsanctie? Natascha geeft uitleg, kritiek én zes praktische tips.
Lees verder
De RIV-toets onder de loep: lessen uit de praktijk
Het aantal WIA-uitkeringen steeg in 2021 met maar liefst elf procent, meldde het UWV. Voor werkgevers betekent dat: vaker te maken met medewerkers die langer dan twee jaar ziek zijn. Na die 104 weken beoordeelt het UWV of je als werkgever genoeg hebt gedaan aan re-integratie. Maar hoe werkt dat precies? En wat wordt er van je verwacht?
Wat is de RIV-toets?
De RIV-toets (Re-integratieverslagtoets) is het moment waarop het UWV beoordeelt of de werkgever genoeg heeft gedaan om een langdurig zieke werknemer te re-integreren. Dit gebeurt pas als de werknemer na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aanvraagt.
Belangrijk: het gaat hierbij alléén om de inspanningen van de werkgever. De inzet van de werknemer telt niet mee. Heb je volgens het UWV onvoldoende gedaan, dan volgt er een loonsanctie: maximaal 52 weken langer loon doorbetalen en re-integreren.
Zo beoordeelt het UWV jouw inspanningen: de 5 stappen
De toets verloopt via een vaste route:
-
Administratieve toets – Zijn alle verplichte documenten aanwezig? Denk aan de probleemanalyse, het plan van aanpak en voortgangsrapportages.
-
Bevredigend resultaat? – Is de werknemer duurzaam teruggekeerd in passende arbeid?
-
Inspanningen werkgever – Heb je spoor 1 (intern) en spoor 2 (extern) goed en tijdig opgepakt?
-
Deugdelijke grond – Was er een geldige reden waarom je niet meer kon doen?
-
Herstelmogelijkheden – Kunnen eventuele tekortkomingen alsnog worden hersteld?
Mist er een belangrijk document? Dan kan dat al leiden tot een administratieve loonsanctie. Zelfs als je verder wel actief bent geweest.
Waarom ook werknemers baat hebben bij de RIV-toets
Hoewel de toets gericht is op de werkgever, biedt het werknemers die wel willen re-integreren een krachtig middel. Zoals Natasja Schenk zegt:
“Als jij als werknemer zegt: ik kan nog wat, ik wil nog wat, maar je werkgever komt niet in beweging, dan kun je hem wijzen op de RIV-toets. Als je bij het UWV terecht komt, dan zitten ze misschien nog een jaar aan je vast.”
Met andere woorden: De RIV-toets is meer dan een momentopname. Het is een structureel controlemoment dat werkgevers scherp houdt.
Kritiek: te veel afvinken, te weinig menselijkheid
Schenk is kritisch over hoe de toets in de praktijk werkt. In plaats van een inhoudelijke beoordeling is het steeds vaker een kwestie van vinkjes zetten geworden. De menselijke maat raakt ondergesneeuwd.
Een extra uitdaging: als werkgever mag je weinig weten over de medische situatie van de werknemer, maar je moet wél op basis van die beperkte info de juiste stappen zetten. Gaat de bedrijfsarts de mist in? Dan ligt de verantwoordelijkheid alsnog bij jou.
Zes tips om loonsancties te voorkomen
1. Zorg dat je dossier compleet is
Een flink deel van de sancties komt voort uit iets simpels: ontbrekende documenten. Dat is zonde en te voorkomen. Laat iemand met ervaring meekijken!
2. Vertrouw niet blind op externe deskundigen
Blijf scherp op rapportages van bijvoorbeeld re-integratiebureaus. Worden beperkingen goed vertaald naar functies? Wordt er rekening gehouden met taalproblemen of eenzijdige werkervaring?
3. Pas sancties op de juiste manier toe
Krijg je te maken met een werknemer die niet meewerkt? Dan verwacht het UWV dat jij maatregelen neemt, zoals loonopschorting of loonstop. Altijd documenteren en eerst waarschuwen!
4. Vraag tijdig een deskundigenoordeel aan
Twijfel je over de voortgang of geschiktheid van werk? Vraag een deskundigenoordeel aan bij het UWV. Wacht hier niet te lang mee, want de wachttijd kan flink oplopen.
5. Verzuim = vakwerk
Een ervaren casemanager helpt werkgevers het proces te bewaken, de juiste vragen te stellen en te zorgen dat alles inhoudelijk én juridisch klopt. “Verzuim is echt een vak,” benadrukt Schenk.
6. Jij blijft verantwoordelijk
Ook als je werk uitbesteedt, ben jij eindverantwoordelijk. Lees rapportages goed, stel vragen en documenteer jouw keuzes. Kritisch blijven dus!
Wil jij verschillende organisaties helpen loonsancties te voorkomen en moeiteloos de RIV-toets te doorstaan? Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.
Over casemanagers
Vrijwel dagelijks spreek ik casemanagers: professionals die zich bezighouden met het proces dat ontstaat wanneer een medewerker verzuimt. Om jullie mee te nemen in deze fascinerende wereld, ben ik gestart met een serie blogs over casemanagers. Over hun rol en mogelijke meerwaarde, de verschillende expertises en nog veel meer. Lees de onderstaande blog of ontdek de vacatures casemanager.
Het nut van een goede casemanager
Een casemanager komt in beeld wanneer een medewerker zich ziek meldt. Verzuimt dus. Op dat moment treedt namelijk de Wet Verbetering Poortwachter (WVP) in werking: 104 weken waarin zowel werkgever als werknemer diverse rechten en plichten hebben, erop gericht de werknemer zo snel mogelijk weer te laten re-integreren. Waar de functie zich in de beginjaren (de WVP werd in 2002 geïntroduceerd) vooral richtte op administratieve ondersteuning in het proces, is de rol steeds meer die van regisseur geworden. Inmiddels gaat de rol van casemanager zelfs nog veel verder dan sec het regisseurschap. Toch blijft dat de basis van casemanagement. Het is dan ook geen toeval dat de meest bekende casemanagement-opleiding ‘Regie op Verzuim’ heet.
De casemanager is dus de persoon die bij verzuim ervoor zorgt dat alle betrokkenen in het proces met elkaar samenwerken. Dat eenieder zijn rol pakt daarin. Werknemer, werkgever en betrokken professionals zoals de bedrijfsarts en arbeidsdeskundige bijvoorbeeld. Sommigen noemen de casemanager daarom de ‘spin in het web’, ikzelf vind regisseur de betere term. Immers stuurt de casemanager op het proces en is het niet zijn taak betrokkenen te vangen in de complexe sociale wet- en regelgeving. Het gaat er juist om het gezamenlijke belang voorop te stellen en zo de neuzen in dezelfde richting te krijgen.
Nu is het natuurlijk niet heel zinvol om bij een griepje direct een casemanager aan het werk te zetten. Anders wordt het als iemand zich voor de vierde keer in drie maand afmeldt wegens ziekte, of wanneer de reden voor verzuim niet medisch is. Wat vaker dan je denkt het geval is trouwens. Door inzet van de juiste deskundigen, kan de casemanager ervoor zorgen dat de oorzaak van het verzuim achterhaald wordt. Vervolgens kan dan alles gedaan worden om de medewerker weer aan de slag te krijgen. Hetzij in zijn huidige rol, hetzij in een andere functie binnen of buiten de organisatie.
Re-integreren staat dus centraal. Werk is immers belangrijk. Onderzoek wijst uit dat werkende mensen gelukkiger zijn dan mensen zonder baan. Dat zit deels in het financiële aspect, maar meer nog in het feit dat iedereen zich graag nuttig maakt. Erkenning krijgen, laten zien wat je waard bent, onderdeel uitmaken van een groep; allemaal aspecten die te vinden zijn in een baan. Bovendien betekent werk de kans jezelf te ontwikkelen en te onderscheiden.
Een verzuimende medewerker zal dus gebaat zijn bij hulp om weer aan het werk te gaan, maar ook voor de werkgever geldt dat het loont als een professional het proces regisseert. Zo zijn werkgevers vaak niet op de hoogte van alle plichten die voortvloeien uit de WvP. Soms denken ze er bijvoorbeeld goed aan te doen door een verzuimende medewerker met rust te laten, terwijl ze bij wet verplicht zijn wel degelijk actie te ondernemen. In het ergste geval kan dat na twee jaar dan op een loonsanctie komen te staan.
Daarnaast geldt dat iemand naar huis sturen en met rust laten ook gewoonweg niet de meest handige houding kan zijn voor de werknemer zelf. Bijvoorbeeld als sprake is van niet medisch verzuim. Zo iemand wordt dan wellicht bevestigd in zijn gevoel van ‘ziek zijn’ en de afstand tot de werkvloer wordt vaak groter. Achterhalen wat werkelijk speelt is dan noodzaak om te kunnen re-integreren. Waarbij overigens geldt dat voor de werkgever niet altijd duidelijk is hoe een medewerker op een goede manier kan terugkeren in (aangepast) werk.
Ik realiseer me dat ik nog heel veel punten openlaat, wellicht zelfs nieuwe vragen bij je oproep. Stel die in reactie op deze blog ook vooral, zodat ik hier later in de serie op kan terugkomen. Voor nu hoop ik dat je helder is waarom iedereen gebaat is bij een goede casemanager. Wat het belang is van een professioneel opgeleide casemanager. En waarom ik het zo interessant vind dagelijks met deze professionals te mogen werken.