Casemanager opleiding: dit zijn je opties van starter tot expert
Wil je aan de slag als casemanager of verzuimadviseur? Dan kan je beginnen met een opleiding. Je leert werknemers begeleiden bij verzuim, wet- en regelgeving toepassen en alle betrokkenen op één lijn krijgen. Zo bouw je vakkennis op en vergroot je je kansen op opdrachten of een vaste baan. Ook als ervaren casemanager kun je met de juiste opleidingen je kennis verdiepen, nieuwe specialisaties ontwikkelen en een strategische rol binnen organisaties pakken. In dit artikel zetten we de belangrijkste opleidingsroutes, titels en registers op een rij, van starter tot expert.
Welke verschillende opleiders en registers zijn er?
Welke registers zijn er?
Als casemanager kun je je aansluiten bij twee kwaliteitsregisters:
-
RSC (Register Specialistisch Casemanagement)
-
RNVC (Register Nederlandse Vereniging voor Casemanagers)
Beide registers staan voor professionaliteit en kwaliteit. Over het algemeen geldt:
-
ROV/RCM/RSZ bij CS Opleidingen → aansluiting bij RSC
-
CROV/RCCM bij diverse opleiders (IVA Opleidingen, Scolea) → aansluiting bij RNVC
Voor functies in casemanagement zijn dit de vijf meest relevante opleidingen:
Welke titels zijn er allemaal?
CROV®/ROV®
Na afronding van de opleiding Regie op Verzuim mag je de titel ROV® voeren en je inschrijven in het Register Specialistisch Casemanagement (RSC). Bij het RNVC is dit de titel CROV® . Dit is de meest essentiele opleiding in jouw carriere als casemanager en nodig om verdiepende opleidingen te kunnen doen.
ROZ®
Deze titel mag je dragen als je de opleiding Regie op Ziektewet hebt afgerond. Bij RSC mag je de titel ROZ® voeren. Deze titel bestaat niet bij het RNVC.
RCM®
Na afronding van de RCM mag je de titel RCM® voeren en je inschrijven in het Register Specialistisch Casemanagement (RSC).
RCCM®
Na afronding van de Register Case-en caremanager kan je je aansluiten bij het RNVC en mag je de titel RCCM® voeren.
RSZ®
Je behaalt de titel RSZ® bij het behalen van de Risk Management Sociale Zekerheid en je bent daarmee geregistreerd bij het RSC.
RCMC®
Wie zowel de opleiding Register Casemanager (RCM) als Risk Management Sociale Zekerheid (RSZ) succesvol afrondt, mag de titel RCMC® voeren bij het RSC. Het is daarmee hun hoogste erkenning in casemanagement.
Hoe behoud je jouw registratie?
Om je registratie als casemanager te behouden, moet je blijven investeren in je ontwikkeling. Zowel bij het RSC als bij de RNVC doe je dit door het behalen van voldoende PE-punten, bijvoorbeeld via trainingen, opleidingen of intervisie. Het belangrijkste verschil is dat je bij het RSC daarnaast eens per drie jaar een kennistoets aflegt. In de kern komt het er dus op neer dat je continu je kennis op peil houdt en kunt aantonen dat je vakbekwaam blijft.
Klaar voor de volgende stap?
Een opleiding is stap één, ervaring opdoen in de praktijk minstens zo belangrijk. Bij Rochewood helpen we je aan uitdagende opdrachten en de kans om je vakkennis verder te ontwikkelen. Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.
De (on)zin van de WIA-maatregel praktisch beoordelen
Rochewood sprak met Nicoline van Klaveren, de WIA-expert van Nederland. Nicoline begeleidt werknemers in het complexe proces rond de WIA-beoordeling en schrijft geregeld blogs op LinkedIn over sociale zekerheid. In deze aflevering legt ze uit wat de nieuwe maatregel praktisch beoordelen inhoudt, waarom deze is ingevoerd en welke zorgen er leven. Helpt deze maatregel het UWV echt vooruit, of schuift hij vooral het probleem door?
Lees verder
Praktisch beoordelen bij de WIA: kansen en risico’s
Wie na twee jaar ziekte in aanmerking komt voor een WIA-uitkering, doorloopt een vaste route: de RIV-toets, een medische beoordeling door de verzekeringsarts en een theoretische inschatting van de restverdiencapaciteit door de arbeidsdeskundige.
Met de invoering van praktisch beoordelen verandert dat proces. Werknemers die na twee jaar nog bij hun werkgever werken, kunnen voortaan op basis van hun feitelijke loon beoordeeld worden. Er komt geen Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) meer aan te pas, wat dus betekent dat de verzekeringsarts een veel kleinere rol speelt. Het UWV kijkt falleen of het werk passend en duurzaam is en vergelijkt het feitelijk verdiende loon met het oude loon.
De regeling geldt vanaf 1 juli 2024 en is opgenomen in artikel 9a van het Schattingsbesluit. Het gaat om een tijdelijke regeling die loopt tot 1 juli 2027. Daarna vervalt de maatregel automatisch, tenzij het kabinet besluit deze te verlengen of structureel in te voeren.
Waarom is praktisch beoordelen ingevoerd?
De maatregel moet de werkdruk bij het UWV verlichten. Door personeelstekorten, vooral onder verzekeringsartsen, lopen wachttijden op en stapelen dossiers zich op. Door de medische toets grotendeels over te slaan, wil men tijd en capaciteit besparen.
De gedachte is dat de arbeidsdeskundige sneller kan beoordelen. Het scheelt een hele stap in het proces en moet ervoor zorgen dat mensen eerder duidelijkheid krijgen.
Wie krijgt ermee te maken?
De maatregel geldt niet voor iedereen. Alleen werknemers die na twee jaar nog (deels) bij hun werkgever werken en passend werk uitvoeren, vallen onder praktisch beoordelen. In de praktijk is dit een relatief kleine groep: zo’n 15% van de WIA-aanvragen.
Het loon dat iemand met dat werk verdient, bepaalt het arbeidsongeschiktheidspercentage. Wie minder verdient dan voor de ziekte, heeft recht op een (gedeeltelijke) WIA-uitkering.
Kritiek: risico’s en vragen
Hoewel het doel helder is, plaatst Nicoline vraagtekens bij de werking in de praktijk. Een belangrijk bezwaar is het risico op creatieve constructies. Werkgevers en werknemers kunnen met de loonwaarde schuiven: wie minder uren werkt of taken anders inricht, kan het arbeidsongeschiktheidspercentage beïnvloeden. Daarnaast ontbreekt de medische onderbouwing.
Hoe bepaal je of werk echt passend is, als je niet weet wat iemand medisch aankan? Dat blijft een zwak punt.
Ook is onduidelijk wat er gebeurt als iemand uitvalt. Want wat als een werknemer het werk niet meer aankan? Dan volgt alsnog een medische beoordeling wat juist weer voor extra druk bij het UWV kan zorgen.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Voor werkgevers kan de maatregel voordelen hebben. Er is sneller duidelijkheid over het recht op een WIA-uitkering en de loondoorbetalingsverplichting. Tegelijkertijd vraagt de nieuwe aanpak om extra scherpte: is het werk echt passend, klopt de loonwaarde en hoe borg je dat in het dossier?
Een ander aandachtspunt is dat de kans op herbeoordelingen toeneemt als een werknemer uitvalt. Dan volgt alsnog de reguliere route, inclusief medische toets.
Kan het anders?
Praktisch beoordelen is een reactie op een tekort aan verzekeringsartsen. Volgens Nicoline zit het echte probleem dieper: “We zijn simpelweg te laat begonnen met het opleiden van nieuwe artsen. Dat blijft het knelpunt.”
Een structurele oplossing zou zijn om de capaciteit bij het UWV structureel te vergroten en het proces menselijker te maken. Tot die tijd is praktisch beoordelen vooral een tijdelijke pleister en mogelijk een verschuiving van de werkdruk.
Tot slot
De maatregel praktisch beoordelen is een poging om vastgelopen processen weer op gang te helpen. Maar of hij werkt zoals bedoeld, zal de praktijk uitwijzen. Voor werkgevers, werknemers en adviseurs geldt: blijf alert. Controleer of werk echt passend is, bespreek verwachtingen en documenteer keuzes zorgvuldig.
Wil jij organisaties helpen bij hun verzuimende werknemer met een WGA uitkering? Bekijk onze vacature Register Casemanager of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.
Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!
Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.
Waarom je als casemanager voor detachering moet kiezen
Overweeg je om te gaan detacheren? Dan is de deze vraag vast eens bij je opgekomen: blijf ik op één plek of kies ik voor afwisseling? Borkán koos bewust voor dat laatste. Inmiddels heeft hij opdrachten gedaan bij meerdere organisaties, van arbodiensten tot verzekeraars. Wat hem drijft? Waarom koos hij voor detachering, wat het hem heeft opgeleverd en wat jij moet weten als je deze stap overweegt.
Lees verder
Detacheren als casemanager: leren, schakelen en groeien
Borkan startte zijn loopbaan via een traineeship bij een detacheringsbureau. Geen vanzelfsprekende keuze, maar wel een heel bewuste: “Na mijn studie wilde ik ervaring opdoen in de praktijk, maar ik wist nog niet precies waar ik het beste tot mijn recht zou komen. Bij een detacheerder kon ik bij verschillende organisaties meekijken, dat sprak me aan.”
Ik wil heel veel leren, blijven leren. Steeds weer.
In korte tijd veel organisaties zien
Inmiddels heeft hij opdrachten gedaan bij een arbodienst, meerdere inkomensverzekeraars en binnen de uitzendbranche. Wat die ervaring hem heeft gebracht? “Je leert het werk van veel kanten kennen. Niet alleen inhoudelijk, maar ook hoe organisaties omgaan met verzuim, re-integratie en inzetbaarheid. Elke plek werkt net anders, en juist dat maakt het interessant.”
Bovendien ziet hij dat zijn ervaring het werk makkelijker maakt: “Je begrijpt hoe de verschillende partijen in het verzuimproces denken. Als je ooit bij een verzekeraar hebt gewerkt, weet je beter hoe die naar het dossier kijkt. Dat maakt samenwerken soepeler.”
Kritisch kijken en snel schakelen
Detacheren vraagt ook iets van je, benadrukt hij. “Je moet snel kunnen schakelen, vragen durven stellen en scherp zijn. Je hebt maar een paar maanden om echt impact te maken, dus je kunt niet afwachten.” Juist die tijdelijkheid is volgens hem ook een kans: “Als iets niet werkt in een organisatie, zie je dat vaak sneller dan vaste medewerkers. Je kijkt met frisse ogen. Dat geeft je de ruimte om verbeteringen aan te dragen of gewoon een andere manier van werken voor te stellen.”
Niet alleen maar voordelen
Toch is het niet alleen maar rozengeur en maneschijn. “Het is verleidelijk om oppervlakkiger te werken, omdat je weet dat je over een paar maanden weg bent. Maar als je dat te veel doet, haal je er zelf ook minder uit.”
Ook het ontbreken van langdurige binding kan een nadeel zijn. “Sommige organisaties bouwen aan langetermijnprojecten of cultuurveranderingen. Daar kun je als gedetacheerde niet altijd volwaardig aan bijdragen. Al probeer ik dat wel.”
De ideale route voor nieuwsgierige casemanagers
Voor wie past detachering dan het beste? “Als je houdt van afwisseling, veel wilt leren en nieuwsgierig bent, dan is het echt een mooie route. Je leert jezelf beter kennen, ziet wat bij je past en ontwikkelt een brede blik op verzuim.” Wat je volgens hem vooral niet moet doen, is denken dat detacheren een tussenoplossing is.
Het is geen ‘ik weet nog niet wat ik wil’-baan. Juist omdat je op veel plekken komt, moet je stevig in je schoenen staan. Maar het levert veel op: inhoudelijk en persoonlijk.
Klaar voor de volgende stap
Waar hij zelf nu staat? “Ik heb veel ervaring opgedaan bij verzekeraars, arbodiensten en binnen uitzenden. De medische kant van het vak lijkt me heel interessant. Mijn volgende stap? Werken vanuit taakdelegatie bij een bedrijfsarts. Daar kan ik mijn kennis weer verder verdiepen.”
Wil je verder in gesprek om op detacheringsbasis te werken? Bekijk dan de vacatures in ons team en ontdek of werken als casemanager via Rochewood bij jou past.
De (on)zin van het tweede spoor
Rochewood sprak met met Veronique Tjong-A-Sie, Ambassadeur Werkgeluk bij Enerveer. Ze begeleidt langdurig zieke werknemers in Spoor 2-trajecten en deelt op LinkedIn regelmatig haar visie op werkgeluk, re-integratie en het nut (en de frustraties) van Spoor 2. Wat is Spoor 2 precies? Wanneer is het verplicht? En vooral: hoe zorg je dat het mensen echt vooruithelpt? In dit artikel geeft Veronique heldere inzichten en praktische handvatten om Spoor 2 menselijk én effectief in te zetten.
Lees verder
Wat is Spoor 2? En waarom roept het zoveel discussie op?
In de Wet verbetering poortwachter is vastgelegd dat werkgevers zich moeten inspannen om langdurig zieke medewerkers weer aan het werk te krijgen. Eerst in het eigen werk (Spoor 1), maar als dat niet mogelijk blijkt, ook bij een andere werkgever: Spoor 2.
Wat is Spoor 2?
Spoor 2 is het traject waarin wordt gezocht naar passend werk bij een andere organisatie. De verplichting ontstaat als duidelijk wordt dat terugkeer naar het eigen werk binnen het bedrijf (tijdelijk of blijvend) niet haalbaar is. In de praktijk start het traject uiterlijk in week 52 van het tweede ziektejaar.
Zoals Veronique zegt, Spoor 2 kan waardevol zijn. Het geeft mensen een nieuw perspectief. Maar het is ook kwetsbaar, want je vraagt iemand die al uit balans is om iets heel groots: afscheid nemen van wat vertrouwd is en zichzelf opnieuw uitvinden.”
Werk is belangrijk. Niet alleen voor je inkomen, maar ook voor je gevoel van eigenwaarde. Een Spoor 2-traject biedt perspectief, ook als terugkeer naar je eigen werk onzeker is.
De praktijk: Spoor 2 als verplicht nummertje
Hoewel de bedoeling goed is, ziet Veronique dat Spoor 2 in de praktijk vaak niet werkt zoals het zou moeten. Voor veel werknemers komt Spoor 2 te vroeg. Zeker als er nog hoop is op terugkeer naar het eigen werk, voelt het zoeken naar een andere baan als overhaast. Daarbij komt dat het UWV eist dat iemand binnen twee maanden moet solliciteren. Dat legt extra druk op een toch al kwetsbare situatie. Soms is het puur voor het dossier.
Het traject wordt ingezet om loonsancties te voorkomen, niet omdat het de beste stap is voor de medewerker. Stel je voor: je hebt jarenlang met plezier gewerkt, wordt ziek, en dan moet je ineens gaan solliciteren zonder dat je daar klaar voor bent. Dat ondermijnt het zelfvertrouwen.
Ik heb mensen begeleid die nog volop in behandeling zaten, maar tóch moesten solliciteren. Dat is geen re-integratie, dat is overbelasting.
Zo maak je Spoor 2 waardevol: drie inzichten uit de praktijk
Toch betekent dat niet dat Spoor 2 per definitie niet werkt. Volgens Veronique draait het om hoe je het traject insteekt. Ze deelt drie praktische lessen:
1. Begin bij werkgeluk. Niet bij de regels, maar bij de mens.
Een goede start vraagt om persoonlijke aandacht. Wat zijn iemands talenten, drijfveren en belemmeringen? Als iemand (weer) voelt wat hem energie geeft, ontstaat motivatie om stappen te zetten. Dat is de basis voor duurzame inzetbaarheid. “Als je begint bij de vraag: waar word jij gelukkig van? Dan komt de rest vanzelf. Dan help je iemand écht verder.”
2. Zet kleine stappen: je hoeft niet in week één te solliciteren.
Vertrouwen, structuur en een veilige omgeving zijn essentieel. Sommige mensen moeten eerst leren om weer elke dag op tijd op te staan. Solliciteren volgt dan vanzelf, zodra iemand daar klaar voor is.
3. Kies een coach met hart voor de mens. Geen vinkjeszetter, maar een richtingwijzer.
Een goede Spoor 2-coach begeleidt, luistert, stelt vragen en stimuleert. Niet vanuit de checklist, maar vanuit oprechte betrokkenheid. Alleen dan wordt een traject meer dan papierwerk.
Kan het systeem eerlijker?
Er gaan geluiden op om Spoor 1 na één jaar te beëindigen en standaard Spoor 2 in te zetten. Volgens Veronique is dat geen goed idee,want je ziet nu al dat Spoor 2 soms onterecht wordt opgestart. Als je na een jaar standaard overstapt, krijg je nóg meer trajecten zonder perspectief.
Ook het moment van instappen is kritisch. Door wachttijden in de zorg weten veel mensen pas laat waar ze aan toe zijn qua belastbaarheid. Een vroeg Spoor 2-traject werkt dan averechts. Toch ziet Veronique ook positieve ontwikkelingen. Steeds meer organisaties kiezen voor maatwerk, en ook het UWV lijkt ruimte te zoeken om de menselijke maat terug te brengen.
Tot slot
Spoor 2 is geen overbodig traject, maar een waardevol instrument voor wie het goed inzet. Dat begint met luisteren naar mensen. Je kunt pas groeien als je wordt gezien. Spoor 2 moet dat mogelijk maken en juist niet in de weg staan. Wanneer werkgeluk het uitgangspunt is, wordt Spoor 2 geen verplichting, maar een kans op een nieuwe start. De sleutel? Begin bij de mens. Niet bij de regels.
Zie jij ook dat Spoor 2 pas werkt als je inzet op maatwerk en menselijkheid? Help organisaties het verschil maken met de juiste begeleiding. Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.
De (on)zin van de WGA-uitkering
Rochewood sprak met Nicoline van Klaveren, de WIA-expert van Nederland. Nicoline begeleidt werknemers in het ingewikkelde traject rond de WIA-beoordeling en publiceert daarover geregeld blogs op LinkedIn. Wat komt er allemaal kijken bij zo’n traject, hoe kijkt Nicoline aan tegen het idee achter de WGA-uitkering en welke problemen ziet ze daarbij ontstaan? Nicoline bespreekt mogelijke oplossingen en de ontwikkelingen.
Lees verder
Wat je echt moet weten over de WIA-beoordeling en WGA-uitkering
Het aantal mensen met een WIA-gerelateerde uitkering neemt gestaag toe. In cijfers die het CBS publiceerde, is te zien dat Nederland in september 2021 zo’n 350.000 uitkeringsgerechtigden kende. Meer dan de helft van deze groep heeft een WGA-toekenning. Maar wat houdt dat zo’n toekenning nu precies in? En wat zijn de gevolgen voor de persoon en (ex-)werkgever in kwestie?
In de wereld van sociale zekerheid is de WIA-beoordeling (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) een cruciaal moment voor werknemers die langdurig ziek zijn. Toch is er veel onduidelijkheid over hoe die beoordeling werkt, wat de uitkomst betekent en wat het voor zowel werknemers als werkgevers in de praktijk betekent.
Wat is de WIA-beoordeling precies?
WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze wet treedt in werking na twee jaar ziekte. Het UWV bekijkt of je nog (deels) kunt werken, en zo ja, hoeveel je dan nog zou kunnen verdienen. Op basis daarvan wordt bepaald of je recht hebt op een WIA-uitkering, en zo ja, op welke vorm.
De beoordeling bestaat uit twee onderdelen:
-
De verzekeringsarts beoordeelt je medische beperkingen.
-
De arbeidsdeskundige bekijkt welke functies je theoretisch nog zou kunnen uitvoeren en hoeveel je daarmee zou kunnen verdienen.
De vier mogelijke uitkomsten
Je kunt op basis van deze beoordeling in vier categorieën terechtkomen:
-
0-35% arbeidsongeschikt
Geen recht op een WIA-uitkering. Je wordt in principe arbeidsgeschikt verklaard. -
35-80% arbeidsongeschikt
Je ontvangt een gedeeltelijke uitkering via de WGA. Je mag en moet blijven werken, op een niveau dat past bij je mogelijkheden. -
80-100% arbeidsongeschikt (WGA)
Volledig, maar niet duurzaam. Er wordt verwacht dat je op termijn weer (deels) kunt re-integreren. -
80-100% arbeidsongeschikt (IVA)
Volledig én duurzaam arbeidsongeschikt. In dit geval ontvang je 75% van je laatstverdiende loon en heb je geen sollicitatieverplichtingen.
Een IVA-uitkering geeft recht op 75% van het laatstverdiende loon en geen re-integratieverplichting. De WGA-uitkering is lager en brengt wel verplichtingen met zich mee, zoals het zoeken naar passend werk.
Wat als je net buiten de boot valt?
Zoals Nicoline zegt, de beoordeling voelt lang niet altijd eerlijk. Zeker voor mensen met een lager loon: zij hebben sneller het “probleem” dat hun theoretisch verdienvermogen nog te dicht ligt bij hun oorspronkelijke loon, waardoor ze geen WIA-uitkering krijgen ook al hebben ze flinke beperkingen.
Omgekeerd komen mensen met een hoog loon sneller in aanmerking voor een hoge mate van arbeidsongeschiktheid, omdat het verschil tussen hun oude en nieuwe loon veel groter is.
“Een piloot raakt door fysieke beperkingen zijn beroep kwijt, en omdat het verschil met bijvoorbeeld een administratief loon zo groot is, valt hij sneller in de hoogste categorie.” – Nicoline
Wat betekent dit voor werkgevers?
Ook als werkgever heb je met de WIA te maken. Je kunt na twee jaar ziekte ex-werkgever worden, maar afhankelijk van je risicodragerschap blijf je mogelijk tot tien jaar verantwoordelijk voor de re-integratie van je (ex-)medewerker.
Daarnaast geldt voor alle werkgevers: hoe meer mensen je in de WIA hebt, hoe hoger de premie wordt die je betaalt via de Werkhervattingskas. Dus ook al ligt de uitvoering bij het UWV, het loont om betrokken te blijven.
Kan het systeem eerlijker?
Nicoline geeft ideeën om het systeem te verbeteren. Eén daarvan is om uit te gaan van het maximumdagloon als basis voor de berekening van arbeidsongeschiktheid. Zo voorkom je dat mensen met een hoger salaris onevenredig gunstig worden beoordeeld.
Ook noemde Nicoline de maatwerkplaats van UWV als positieve ontwikkeling. Schrijnende gevallen worden daar opnieuw bekeken, buiten de standaardprocedures om. Een stap richting mensgerichter beoordelen.
Tot slot
De WIA-beoordeling is ingewikkeld en impactvol. Niet alleen vanwege de financiële gevolgen, maar ook vanwege de onzekerheid die het met zich meebrengt. Wat kun je nog? Wat wordt er van je verwacht? Hoe ga je om met een uitkering en de druk om te re-integreren? Goede begeleiding, duidelijke communicatie en eerlijke beoordeling zijn dan ook van groot belang. Voor zowel werknemers als werkgevers geldt: laat je goed informeren, want de impact is vaak groter dan gedacht.
Wil jij organisaties helpen bij hun verzuimende werknemer met een WGA uitkering? Bekijk onze vacature Register Casemanager of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.
Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!
Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.