Hero vector

Casemanager opleiding: dit zijn je opties van starter tot expert

Wil je aan de slag als casemanager of verzuimadviseur? Dan kan je beginnen met een opleiding. Je leert werknemers begeleiden bij verzuim, wet- en regelgeving toepassen en alle betrokkenen op één lijn krijgen. Zo bouw je vakkennis op en vergroot je je kansen op opdrachten of een vaste baan. Ook als ervaren casemanager kun je met de juiste opleidingen je kennis verdiepen, nieuwe specialisaties ontwikkelen en een strategische rol binnen organisaties pakken. In dit artikel zetten we de belangrijkste opleidingsroutes, titels en registers op een rij, van starter tot expert.

Twee collega's van Rochewood in gesprek aan een vergadertafel met een glas water in de voorgrond

Welke verschillende opleiders en registers zijn er?

Welke registers zijn er?

Als casemanager kun je je aansluiten bij twee kwaliteitsregisters:

  • RSC (Register Specialistisch Casemanagement)

  • RNVC (Register Nederlandse Vereniging voor Casemanagers)

Beide registers staan voor professionaliteit en kwaliteit. Over het algemeen geldt:

  • ROV/RCM/RSZ bij CS Opleidingen → aansluiting bij RSC

  • CROV/RCCM bij diverse opleiders (IVA Opleidingen, Scolea) → aansluiting bij RNVC

Voor functies in casemanagement zijn dit de vijf meest relevante opleidingen:

1.
Regie op Verzuim (ROV/CROV) De Regie op Verzuim (ROV) wordt aangeboden bij CS Opleidingen en de Casemanager Regie op Verzuim (CROV) bij andere aanbieders, zoals IVA Opleidingen en Scolea. Tijdens de opleiding leer je hoe je langdurig verzuim op een gestructureerde manier begeleidt en hoe je dossiers zorgvuldig en juridisch correct opbouwt. Er wordt stilgestaan bij de Wet verbetering poortwachter en de rol die jij als casemanager hebt om werkgevers en werknemers hierin te ondersteunen. De ROV of CROV legt daarmee de basis om als casemanager zelfstandig en professioneel op te treden in verzuimtrajecten.
2.
Regie op Ziektewet (ROZ) Dit is een specialisatie na de opleiding Regie op Verzuim die zich richt op werknemers met een ziektewetuitkering, zoals flexwerkers en uitzendkrachten. Deze opleiding kan je volgen binnen een jaar nadat je de ROV hebt behaald. Met deze specialisatie leer je alles wat je moet weten over het ZW-eigenrisicodragerschap en de gevolgen voor een organisatie.
3.
Register Casemanager (RCM) De RCM-opleiding die je bij CS Opleidingen kunt volgen, richt zich volledig op de verdiepingsslag van casemanagement rondom verzuim en re-integratie. Je leert hoe je complexe verzuimdossiers analyseert en begeleidt, hoe je werkgevers strategisch adviseert en welke rol je hebt bij het beheersen van verzuimkosten. Daarnaast komt complexe wet- en regelgeving aan bod, zoals de WIA en sociale zekerheidsstromen, en leer je hoe je effectief samenwerkt met bedrijfsartsen, HR en leidinggevenden. De RCM geeft je dus de instrumenten om niet alleen dossiers te begeleiden, maar ook de rol van strategisch adviseur te pakken binnen organisaties.
4.
Register Case- en Caremanager (RCCM) De RCCM-opleiding gaat breder en behandelt naast casemanagement ook caremanagement. Hierbij ligt de focus niet alleen op verzuim en re-integratie, maar ook op duurzame inzetbaarheid, vitaliteit en bredere zorgvraagstukken. Het is bedoeld voor casemanagers die zowel de zakelijke als de meer mensgerichte en zorggerelateerde aspecten van hun vakgebied willen combineren.
4.
Risk Management Sociale Zekerheid (RSZ) Met de RSZ-opleiding richt je je op de financiële en beleidsmatige kant van verzuim. Je leert grip te krijgen op sociale zekerheidsstromen, eigenrisicodragerschap en verzuimkosten. Daarnaast krijg je inzicht in hoe je risico’s en kosten beheerst binnen een organisatie en hoe je strategisch kunt adviseren over verzuimbeleid. De opleiding is ideaal voor casemanagers die naast de praktische begeleiding van werknemers ook willen meedenken over beleid, financiële consequenties en duurzame inzetbaarheid binnen een organisatie.

Welke titels zijn er allemaal?

CROV®/ROV®
Na afronding van de opleiding Regie op Verzuim mag je de titel ROV® voeren en je inschrijven in het Register Specialistisch Casemanagement (RSC). Bij het RNVC is dit de titel CROV® . Dit is de meest essentiele opleiding in jouw carriere als casemanager en nodig om verdiepende opleidingen te kunnen doen.

ROZ®
Deze titel mag je dragen als je de opleiding Regie op Ziektewet hebt afgerond. Bij RSC mag je de titel ROZ® voeren. Deze titel bestaat niet bij het RNVC.

RCM®
Na afronding van de RCM mag je de titel RCM® voeren en je inschrijven in het Register Specialistisch Casemanagement (RSC).

RCCM®

Na afronding van de Register Case-en caremanager kan je je aansluiten bij het RNVC en mag je de titel RCCM® voeren.

RSZ®
Je behaalt de titel RSZ® bij het behalen van de Risk Management Sociale Zekerheid en je bent daarmee geregistreerd bij het RSC.

RCMC®

Wie zowel de opleiding Register Casemanager (RCM) als Risk Management Sociale Zekerheid (RSZ) succesvol afrondt, mag de titel RCMC® voeren bij het RSC. Het is daarmee hun hoogste erkenning in casemanagement.

Hoe behoudt je jouw registratie?

Om je registratie als casemanager te behouden, moet je blijven investeren in je ontwikkeling. Zowel bij het RSC als bij de RNVC doe je dit door het behalen van voldoende PE-punten, bijvoorbeeld via trainingen, opleidingen of intervisie. Het belangrijkste verschil is dat je bij het RSC daarnaast eens per drie jaar een kennistoets aflegt. In de kern komt het er dus op neer dat je continu je kennis op peil houdt en kunt aantonen dat je vakbekwaam blijft.

Klaar voor de volgende stap?

Een opleiding is stap één, ervaring opdoen in de praktijk minstens zo belangrijk. Bij Rochewood helpen we je aan uitdagende opdrachten en de kans om je vakkennis verder te ontwikkelen. Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.

Hero vector

Wft-opleidingen en werken in verzekeringen

Wil je aan de slag in de verzekeringsbranche? Dan heb je Wft-opleidingen nodig. Die zijn verplicht zodra je klanten adviseert over financiële producten zoals schadeverzekeringen. Maar welke Wft-certificaten zijn relevant voor jouw functie? En hoe zorg je dat je kennis up-to-date blijft? In dit artikel leggen we het graag uit!

Drie collega's van Rochewood in gesprek aan een vergadertafel met een glas water in de voorgrond

Welke Wft-opleidingen heb ik nodig in schadeverzekeringen?

Wat is Wft?

Wft staat voor Wet op het financieel toezicht. Deze wet bepaalt dat je vakbekwaam moet zijn als je werkt met financiële producten. Concreet betekent dit dat je moet beschikken over voldoende kennis en vaardigheden om klanten verantwoord te mogen adviseren. Die vakbekwaamheid toon je aan met Wft-diploma’s. Welke module jij kiest, hangt af van het werk dat je doet en met welke type klanten jij werkt.

De belangrijkste Wft-opleidingen voor schadeverzekeringen

Voor functies binnen schadeverzekeringen zijn dit de drie belangrijkste Wft-opleidingen:

1.
Wft basis Deze opleiding vormt het fundament. Je leert over betalen en sparen, verzekeringen, consumentengedrag en wanneer je moet doorverwijzen naar een (vakinhoudelijk) specialist.
2.
Wft schade particulier Deze opleiding is gericht op particuliere schadeverzekeringen, zoals auto, inboedel, aansprakelijkheid en reis. Je leert risico’s beoordelen en een passend advies geven aan particuliere klanten.
3.
Wft schade zakelijk Deze opleiding is gericht op schadeverzekeringen voor zakelijke klanten. Je leert meer over de brand-, aansprakelijkheids- of transportverzekeringen. Deze opleiding leert je hoe je zakelijke risico’s inventariseert en vertaalt naar advies.
Benieuwd naar vakopleidingen om de verdieping op te zoeken na het behalen van je wft-diploma’s? Alle vakopleidingen

Wft-combinaties: wanneer ben je adviesbevoegd?

Met een enkel diploma mag je meestal nog geen advies geven. Je hebt een combinatie nodig van Wft Basis + een verdiepende module om adviesbevoegd te zijn. Bijvoorbeeld:

  • Wft Basis + Wft Schade Particulier = adviesbevoegd voor particuliere schadeverzekeringen

  • Wft Basis + Wft Schade Particulier + Wft Schade Zakelijk = adviesbevoegd voor, particuliere en zakelijke schadeverzekeringen

Werk je in een niet-adviserende rol, dan is de adviesbevoegdheid feitelijk niet verplicht. Echter worden de diploma’s vanuit de markt vaak gevraagd, ook om het kennisniveau te kunnen waarborgen (de precieze eisen verschillen per functie en opdrachtgever).

Welke functies bij Rochewood vragen om Wft-diploma’s?

Bij Rochewood bemiddelen we professionals voor opdrachten in de verzekeringsbranche.

Acceptant schadeverzekeringen

Je beoordeelt risico’s, stelt voorwaarden op en beslist of je een aanvraag accepteert. Voor particuliere of zakelijke klanten heb je de bijbehorende Wft-combinatie nodig.

(Letsel)schadebehandelaar

Je behandelt schadeclaims van begin tot eind. Afhankelijk van je doelgroep beschik je over de juiste Wft voor particuliere of zakelijke schade.

Verzekeringsadviseur

Jij adviseert klanten over hun schadeverzekeringen en risico’s. Afhankelijk van de klantgroep beschik je over adviesbevoegdheid voor particuliere- en/of zakelijke klanten.

Hoe houd je je Wft-diploma geldig?

Je Wft-diploma is drie jaar geldig. Om je adviesbevoegdheid te behouden, moet je verplicht je vakkennis op peil te houden. Dit doe je door permanent actueel te blijven en  jouw beroepskwalificatie(s) up-to-date te houden door een PE*-examen af te leggen (*permanente educatie).

Bij Rochewood ondersteunen we je daar actief in. Als je bij ons in vaste dienst bent, krijg je:

  • Een onbeperkt studiebudget voor vakopleidingen
  • Volledige vergoeding van nieuwe Wft-diploma’s of je PE-examens

Zo kun jij je kennis op peil houden en doorgroeien in je vakgebied.

Klaar voor de volgende stap?

Of je nu net begint in verzekeringen of je carrière wilt verdiepen: met de juiste Wft-diploma’s kom je verder. Bij Rochewood helpen we je graag, Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Marrianne.

Hero vector

De (on)zin van de WIA-maatregel praktisch beoordelen

Rochewood sprak met Nicoline van Klaveren, de WIA-expert van Nederland. Nicoline begeleidt werknemers in het complexe proces rond de WIA-beoordeling en schrijft geregeld blogs op LinkedIn over sociale zekerheid. In deze aflevering legt ze uit wat de nieuwe maatregel praktisch beoordelen inhoudt, waarom deze is ingevoerd en welke zorgen er leven. Helpt deze maatregel het UWV echt vooruit, of schuift hij vooral het probleem door?

Lees verder
Matthew en Nicoline van Klaveren in gesprek tijdens de opname van de podcast 'De Waarde van Werk' voor de aflevering: De (on)zin van de WGA-uitkering

Praktisch beoordelen bij de WIA: kansen en risico’s

Wie na twee jaar ziekte in aanmerking komt voor een WIA-uitkering, doorloopt een vaste route: de RIV-toets, een medische beoordeling door de verzekeringsarts en een theoretische inschatting van de restverdiencapaciteit door de arbeidsdeskundige.

Met de invoering van praktisch beoordelen verandert dat proces. Werknemers die na twee jaar nog bij hun werkgever werken, kunnen voortaan op basis van hun feitelijke loon beoordeeld worden. Er komt geen Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) meer aan te pas, wat dus betekent dat de verzekeringsarts een veel kleinere rol speelt. Het UWV kijkt falleen of het werk passend en duurzaam is en vergelijkt het feitelijk verdiende loon met het oude loon.

De regeling geldt vanaf 1 juli 2024 en is opgenomen in artikel 9a van het Schattingsbesluit. Het gaat om een tijdelijke regeling die loopt tot 1 juli 2027. Daarna vervalt de maatregel automatisch, tenzij het kabinet besluit deze te verlengen of structureel in te voeren.

Waarom is praktisch beoordelen ingevoerd?

De maatregel moet de werkdruk bij het UWV verlichten. Door personeelstekorten, vooral onder verzekeringsartsen, lopen wachttijden op en stapelen dossiers zich op. Door de medische toets grotendeels over te slaan, wil men tijd en capaciteit besparen.

De gedachte is dat de arbeidsdeskundige sneller kan beoordelen. Het scheelt een hele stap in het proces en moet ervoor zorgen dat mensen eerder duidelijkheid krijgen.

Wie krijgt ermee te maken?

De maatregel geldt niet voor iedereen. Alleen werknemers die na twee jaar nog (deels) bij hun werkgever werken en passend werk uitvoeren, vallen onder praktisch beoordelen. In de praktijk is dit een relatief kleine groep: zo’n 15% van de WIA-aanvragen.

Het loon dat iemand met dat werk verdient, bepaalt het arbeidsongeschiktheidspercentage. Wie minder verdient dan voor de ziekte, heeft recht op een (gedeeltelijke) WIA-uitkering.

Kritiek: risico’s en vragen

Hoewel het doel helder is, plaatst Nicoline vraagtekens bij de werking in de praktijk. Een belangrijk bezwaar is het risico op creatieve constructies. Werkgevers en werknemers kunnen met de loonwaarde schuiven: wie minder uren werkt of taken anders inricht, kan het arbeidsongeschiktheidspercentage beïnvloeden. Daarnaast ontbreekt de medische onderbouwing.

Hoe bepaal je of werk echt passend is, als je niet weet wat iemand medisch aankan? Dat blijft een zwak punt.

Ook is onduidelijk wat er gebeurt als iemand uitvalt. Want wat als een werknemer het werk niet meer aankan? Dan volgt alsnog een medische beoordeling wat juist weer voor extra druk bij het UWV kan zorgen.

Wat betekent dit voor werkgevers?

Voor werkgevers kan de maatregel voordelen hebben. Er is sneller duidelijkheid over het recht op een WIA-uitkering en de loondoorbetalingsverplichting. Tegelijkertijd vraagt de nieuwe aanpak om extra scherpte: is het werk echt passend, klopt de loonwaarde en hoe borg je dat in het dossier?

Een ander aandachtspunt is dat de kans op herbeoordelingen toeneemt als een werknemer uitvalt. Dan volgt alsnog de reguliere route, inclusief medische toets.

Kan het anders?

Praktisch beoordelen is een reactie op een tekort aan verzekeringsartsen. Volgens Nicoline zit het echte probleem dieper: “We zijn simpelweg te laat begonnen met het opleiden van nieuwe artsen. Dat blijft het knelpunt.”

Een structurele oplossing zou zijn om de capaciteit bij het UWV structureel te vergroten en het proces menselijker te maken. Tot die tijd is praktisch beoordelen vooral een tijdelijke pleister en mogelijk een verschuiving van de werkdruk.

Tot slot

De maatregel praktisch beoordelen is een poging om vastgelopen processen weer op gang te helpen. Maar of hij werkt zoals bedoeld, zal de praktijk uitwijzen. Voor werkgevers, werknemers en adviseurs geldt: blijf alert. Controleer of werk echt passend is, bespreek verwachtingen en documenteer keuzes zorgvuldig.

Wil jij organisaties helpen bij hun verzuimende werknemer met een WGA uitkering? Bekijk onze vacature Register Casemanager of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.

Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!

Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.

Hero vector

Van letsel naar herstel

Rochewood sprak met met Lisanne Havenga, ergotherapeut en zorgschadeadviseur bij Total Support. In de letselschadebranche is het aantal betrokken partijen in een dossier vaak groot. Naast de belangenbehartiger, verzekeraar en medisch adviseurs, zijn er ook arbeidsdeskundigen, experts en behandelaren. En dan is er nog de herstelgerichte dienstverlener. Is dat niet gewoon nog een extra schakel? Wat is herstelgericht behandelen, waarom is het waardevol en hoe zet je het effectief in?

Daphne tijdens de opname van de podcast 'De Waarde van Werk' voor de aflevering: Van letsel naar herstel

Herstelgerichte dienstverlening: meer dan een extra schakel

Wat is herstelgericht behandelen?

Herstelgerichte behandeling is een vorm van begeleiding die zich richt op het verbeteren van de zelfredzaamheid en participatie van slachtoffers van letselschade. Denk aan hulp bij het zelfstandig uitvoeren van dagelijkse handelingen, het aanpassen van de woning, het regelen van vervoer of het opstarten van re-integratie.

De rol van de herstelgerichte dienstverlener is adviserend en praktisch: met kennis van hulpmiddelen, voorzieningen en wet- en regelgeving worden oplossingen op maat aangedragen. Het doel? Slachtoffers helpen om sneller hun leven weer op te pakken, thuis, op het werk en in de maatschappij.

Waarom is herstelgerichte behandeling waardevol?

Volgens Havenga is de meerwaarde van herstelgericht behandelen zichtbaar op meerdere niveaus:

  • Voor het slachtoffer: praktische oplossingen zorgen voor sneller herstel, minder afhankelijkheid en meer regie over het eigen leven.

  • Voor verzekeraars: vroegtijdige inzet voorkomt langdurige uitval, dure zorgtrajecten of extra schadeposten.

  • Voor belangenbehartigers: het dossier blijft overzichtelijker en is sneller af te ronden.

  • Voor alle partijen samen: herstelgerichte dienstverleners zijn onafhankelijk en brengen objectief advies uit, gebaseerd op een bezoek bij de cliënt thuis.

Wij worden vaak pas ingeschakeld bij zwaar en complex letsel, maar juist ook bij lichtere letselsschades kunnen we veel betekenen. Hoe eerder je ons inschakelt, hoe groter de kans dat iemand zelfstandig herstelt.

Herstelgericht werken in de praktijk: voorbeelden

Herstelgericht behandelen betekent maatwerk. Dat blijkt uit de praktijkvoorbeelden die Lisanne noemt in de podcast:

  • Een aangepaste auto na een beenamputatie maakt het mogelijk om te blijven werken en zelfstandig te reizen.

  • Een robotstofzuiger of aangepaste fiets voorkomt dat iemand afhankelijk wordt van hulp bij het huishouden of vervoer.

  • Een verbreed kozijn of verhoogd toilet zorgt ervoor dat iemand thuis kan blijven wonen, ook met fysieke beperkingen.

  • Een tijdelijk aangepaste bijkeuken met zorgdouche voorkomt een langdurig verblijf in een zorghotel.

En misschien nog wel het belangrijkst: deze oplossingen voorkomen dat mensen langdurig uitvallen, vereenzamen of hun plek in de maatschappij verliezen.

Veelvoorkomende misverstanden over herstelgerichte behandeling

In de praktijk blijkt dat herstelgerichte behandeling nog niet altijd goed begrepen wordt. Zo leeft het idee dat deze vorm van dienstverlening alleen zinvol is bij zwaar letsel. Volgens Lisanne Havenga is dat een gemiste kans.

Juist bij licht of middelzwaar letsel kunnen we grote stappen zetten. Bijvoorbeeld door iemand weer zelfstandig te laten fietsen, koken of boodschappen doen. Daarmee voorkom je onnodige afhankelijkheid en lange uitval.

Een ander hardnekkig misverstand is dat herstelgerichte dienstverleners vooral ‘weer een extra partij’ in een toch al complex dossier zouden zijn. Maar wie het proces van dichtbij kent, weet dat het tegendeel waar is. Herstelgerichte adviseurs maken dossiers juist overzichtelijker. Ze brengen helder in kaart wat er nodig is voor herstel, stemmen af met betrokken partijen en zorgen ervoor dat het slachtoffer sneller vooruitgang boekt. “We zijn de ogen en oren van zowel de belangenbehartiger als de verzekeraar,” aldus Havenga.

Tot slot bestaat er soms twijfel over de onafhankelijkheid van herstelgerichte partijen. Maar onafhankelijkheid is juist hun bestaansrecht. De inzet is altijd gericht op herstel, niet op het verkleinen of vergroten van de schadepost. Het advies is gebaseerd op wat zij zelf constateren bij het slachtoffer thuis en wordt idealiter gedragen door beide partijen. Zo ontstaat er ruimte voor praktische, mensgerichte oplossingen die werkelijk bijdragen aan het herstelproces.

5 praktische tips om herstelgericht werken effectief in te zetten

  1. Schakel tijdig in, niet pas bij escalatie
    Hoe eerder je herstelgericht werken inzet, hoe groter de winst voor cliënt en dossier.

  2. Gebruik het als verlengstuk van je ogen en oren
    Belangenbehartigers en verzekeraars hebben vaak geen tijd voor huisbezoeken. Herstelgerichte adviseurs doen dat wel en koppelen terug.

  3. Zet het ook in bij lichter letsel
    Een gebroken pols, een schouderblessure: ook dan is snelle, praktische ondersteuning vaak goud waard.

  4. Vraag om een vrijblijvend advies
    Je hoeft niet direct een heel dossier over te dragen. Een korte vraag of overlegmoment kan al verhelderend werken.

  5. Vertrouw op het onafhankelijk advies
    Herstelgerichte professionals hebben geen belang bij de uitkomst. Ze werken aan herstel, niet aan schade.

Tot slot

Het inschakelen van een herstelgerichte dienstverlener is geen extra schakel in het proces, het is een versneller. Voor het slachtoffer betekent het sneller herstel. Voor professionals betekent het minder werkdruk, duidelijker advies en een sneller sluitend dossier.

Zoals Lisanne het zegt: “Schroom niet om gewoon eens te bellen. Het hoeft geen compleet dossier te zijn. Soms begint het met één simpele vraag.”

Wil jij als letselschadebehandelaar aan de slag met herstelgerichte behandeling? Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lysanne. 

Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!

Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.

Hero vector

Werken als acceptant schadeverzekeringen

Wat gebeurt er achter de schermen voordat jij een verzekering kunt afsluiten? Maak kennis met Eric Zuijdervelt, acceptant schadeverzekeringen bij Rochewood, en ontdek waarom zijn werk cruciaal is voor het verkrijgen van een verzekering. Hij legt uit wat het werk inhoudt, welke vaardigheden belangrijk zijn en waarom dit vak interessanter is dan je misschien denkt. Eric neemt je mee in zijn wereld van risico’s, besluiten en oplossingen.

Lees verder
Eric Zuijdervelt - collega Acceptant Schadeverzekeringen bij Rochewood. Hij zit op een tuintafel met op de achtergrond bomen en planten.

De rol van acceptant bij verschillende partijen

Een verzekeraar helpt mensen en bedrijven bij schade, zoals brand, diefstal of een productiefout. Voordat je die schade kunt claimen, moet het risico eerst verzekerd zijn. Daar komt de acceptant in beeld: die beoordeelt of het risico te verzekeren is, tegen welke premie en voorwaarden.

Als acceptant kun je bij verschillende partijen werken. De risico’s zijn hetzelfde, maar je rol verschilt. We leggen het uit:

1
Verzekeraar Neemt het risico op zich en betaalt de schade uit. De acceptant bepaalt of het risico past, en onder welke voorwaarden.
2
Volmachtbedrijf De acceptant bij het volmachtbedrijf mag namens één of meerdere verzekeraars verzekeringen afsluiten, premies innen en schades afhandelen.
3
Intermediair Het intermediair (ook wel tussenpersoon genoemd), adviseert de klant en vergelijkt verschillende verzekeraars om de best passende verzekering te vinden.

Wat doet een acceptant schadeverzekeringen?

Stel: je hebt een bedrijfspand. Dan wil je dat als er iets misgaat, door bijvoorbeeld waterschade of een brand, de schade wordt vergoed. Daarom sluit je een verzekering af. Maar voordat die er komt, beoordeelt iemand of jouw risico’s wel verzekerbaar zijn. En dat is precies wat Eric Zuijdervelt als acceptant schadeverzekeringen doet.

“Het draait om financiële risico’s,” legt Eric uit. “Als acceptant beoordeel ik hoe groot het risico op schade is. Ik kijk dan naar de kwaliteit van het pand, de preventiemaatregelen die zijn genomen, en wie de eigenaar is. Alles samen bepaalt of ik het risico kan accepteren.”

Daarbij is hij kritisch. “Vooral als het mijn verantwoordelijkheid is, wil ik zeker weten dat het risico goed zit.” Die kritische houding is nodig, want als acceptant neem je het risico van de klant over. “Je kijkt dus niet alleen naar de premie of wat nu handig is.”

Ik denk altijd op de lange termijn. De premie is belangrijk, maar het risico moet kloppen. Want als er schade ontstaat, moet je het als verzekeraar ook kunnen uitkeren.

“Tegelijkertijd vraagt het werk ook een commerciële blik. Je moet het klantbelang en het belang van de verzekeraar tegen elkaar afwegen,” zegt Eric. “De premie moet kloppen. Is die te laag, dan kunnen we de schadeclaims niet dekken. Is hij te hoog, dan haakt de klant af. Je zoekt dus naar een oplossing die verantwoord en betaalbaar is.” En ook tijdens de looptijd blijf je betrokken. Verandert er iets aan het risico, dan beoordeel ik het dossier opnieuw. Soms betekent dat een kleine wijziging. Soms bekijk je alles opnieuw.”

Eigenschappen die het verschil maken
“Allereerst moet je nieuwsgierig zijn,” begint Eric. “Je krijgt elke dag nieuwe situaties voor je neus: van een restaurant met zonnepanelen tot een recyclingbedrijf in een oud fabriekspand. Je moet willen weten: hoe zit dit precies, en wat betekent dat voor het risico?”

Daarbij heb je een analytische blik nodig. Als acceptant moet je kunnen doorgronden waar het risico zit. “Soms zit het ‘risico’ in de techniek, soms in de locatie of de klant zelf. Je leert steeds beter signalen oppikken en verbanden leggen. Dat vraagt ook om lef: durven zeggen wat wel en niet kan.”

Een ander belangrijk onderdeel van het werk is samenwerken. Bijvoorbeeld met risicodeskundigen: mensen die technische inspecties doen en rapportages maken. “Ga vooral een paar keer mee naar een locatie” adviseert Eric. “Je leert enorm veel, en klanten waarderen het als je als acceptant eens komt kijken.”

Wat het vak interessant maakt
Voor Eric is de kern van het vak nog steeds het leukste: het inschatten van risico’s en daar een passende verzekering tegenover zetten. “Wat ik mooi vind, is dat het werk meebeweegt met maatschappelijke ontwikkelingen. Je blijft jezelf ontwikkelen. De markt verandert continu. ”Neem energieopslagsystemen (EOS), grote accu’s waarmee bedrijven energie opslaan. “Dat is een relatief nieuw risico. Hoe groot is de kans op brand? En wat zijn de gevolgen daarvan? Je moet je daarin blijven verdiepen. Je moet risico’s durven zien en benoemen. En tegelijkertijd oplossingsgericht blijven denken: hoe kan ik dit verzekeren? Dat spanningsveld maakt het werk interessant. Je helpt mensen echt vooruit, je maakt hun (bedrijfs)plannen mogelijk.”

Ook communicatie is belangrijk. “Verzekeren draait om afspraken maken. Je moet helder kunnen uitleggen waarom iets wel of niet verzekerd kan worden. Scherp zijn in je e-mails, goed luisteren tijdens gesprekken. Luisteren is cruciaal”, benadrukt Eric. “Je hoort ook wat er tussen de regels door wordt gezegd. Dat helpt om risico’s scherper te beoordelen.”

Het vak leer je vooral in de praktijk
Eric ziet steeds meer mensen instromen zonder ervaring in verzekeren. “Een collega werkte eerst in de supermarkt. Ze begon met administratieve taken, haalde haar Wft-diploma’s en groeit nu stap voor stap door.” Een ander voorbeeld: een net afgestudeerde collega die vooral meeloopt met ervaren acceptanten. Zijn advies:

Begin gewoon. Verzekeren kun je leren. Als je systemen snapt, nieuwsgierig bent en goed kunt luisteren, kom je al ver. Je hoeft niet alles meteen te snappen. Kijk rond, ontdek of het bij je past.

“Voor je het weet werk je aan oplossingen waar anderen echt op kunnen bouwen. Loop een dag mee. Kijk wat het werk inhoudt. Ga mee naar een klant of luister mee met een adviesgesprek.”

“Verzekeringen zorgen ervoor dat mensen kunnen ondernemen, een huis kunnen kopen of hun bedrijf kunnen laten groeien. Als acceptant help je daarbij. Jij kijkt of en hoe iets verzekerd kan worden. Dat maakt jouw werk belangrijker dan je misschien denkt.”

Nieuwsgierig geworden naar het vak? Bekijk de vacature in ons team en ontdek of werken als acceptant via Rochewood bij jou past.

Acceptant of underwriter?

In de verzekeringswereld worden de termen acceptant en underwriter vaak door elkaar gebruikt. Maar wat is nu eigenlijk het verschil?

Beide termen verwijzen naar iemand die risico’s beoordeelt en beslist of, en onder welke voorwaarden een verzekering kan worden afgesloten.

De term underwriter wordt vooral gebruikt bij internationale- of beursverzekeringen, of als Engelse functietitel. Maar of je nu ‘acceptant’ of ‘underwriter’ op je cv hebt staan: in het dagelijks werk is het verschil minimaal. Je beoordeelt risico’s, stelt voorwaarden op, bepaalt premies en zorgt dat alles klopt.

Twee collega’s van Rochewood in gesprek aan een vergadertafel

Hero vector

De (on)zin van het tweede spoor

Rochewood sprak met met Veronique Tjong-A-Sie, Ambassadeur Werkgeluk bij Enerveer. Ze begeleidt langdurig zieke werknemers in Spoor 2-trajecten en deelt op LinkedIn regelmatig haar visie op werkgeluk, re-integratie en het nut (en de frustraties) van Spoor 2. Wat is Spoor 2 precies? Wanneer is het verplicht? En vooral: hoe zorg je dat het mensen echt vooruithelpt? In dit artikel geeft Veronique heldere inzichten en praktische handvatten om Spoor 2 menselijk én effectief in te zetten.

Lees verder
Matthew en Veronique Tjong-A-Sie in gesprek tijdens de opname van de podcast 'De Waarde van Werk' voor de aflevering: De (on)zin van het tweede spoor

Wat is Spoor 2? En waarom roept het zoveel discussie op?

In de Wet verbetering poortwachter is vastgelegd dat werkgevers zich moeten inspannen om langdurig zieke medewerkers weer aan het werk te krijgen. Eerst in het eigen werk (Spoor 1), maar als dat niet mogelijk blijkt, ook bij een andere werkgever: Spoor 2.

Wat is Spoor 2?

Spoor 2 is het traject waarin wordt gezocht naar passend werk bij een andere organisatie. De verplichting ontstaat als duidelijk wordt dat terugkeer naar het eigen werk binnen het bedrijf (tijdelijk of blijvend) niet haalbaar is. In de praktijk start het traject uiterlijk in week 52 van het tweede ziektejaar.

Zoals Veronique zegt, Spoor 2 kan waardevol zijn. Het geeft mensen een nieuw perspectief. Maar het is ook kwetsbaar, want je vraagt iemand die al uit balans is om iets heel groots: afscheid nemen van wat vertrouwd is en zichzelf opnieuw uitvinden.”

Werk is belangrijk. Niet alleen voor je inkomen, maar ook voor je gevoel van eigenwaarde. Een Spoor 2-traject biedt perspectief, ook als terugkeer naar je eigen werk onzeker is.

De praktijk: Spoor 2 als verplicht nummertje

Hoewel de bedoeling goed is, ziet Veronique dat Spoor 2 in de praktijk vaak niet werkt zoals het zou moeten. Voor veel werknemers komt Spoor 2 te vroeg. Zeker als er nog hoop is op terugkeer naar het eigen werk, voelt het zoeken naar een andere baan als overhaast. Daarbij komt dat het UWV eist dat iemand binnen twee maanden moet solliciteren. Dat legt extra druk op een toch al kwetsbare situatie. Soms is het puur voor het dossier.

Het traject wordt ingezet om loonsancties te voorkomen, niet omdat het de beste stap is voor de medewerker. Stel je voor: je hebt jarenlang met plezier gewerkt, wordt ziek, en dan moet je ineens gaan solliciteren zonder dat je daar klaar voor bent. Dat ondermijnt het zelfvertrouwen.

Ik heb mensen begeleid die nog volop in behandeling zaten, maar tóch moesten solliciteren. Dat is geen re-integratie, dat is overbelasting.

Zo maak je Spoor 2 waardevol: drie inzichten uit de praktijk

Toch betekent dat niet dat Spoor 2 per definitie niet werkt. Volgens Veronique draait het om hoe je het traject insteekt. Ze deelt drie praktische lessen:

1. Begin bij werkgeluk. Niet bij de regels, maar bij de mens.

Een goede start vraagt om persoonlijke aandacht. Wat zijn iemands talenten, drijfveren en belemmeringen? Als iemand (weer) voelt wat hem energie geeft, ontstaat motivatie om stappen te zetten. Dat is de basis voor duurzame inzetbaarheid. “Als je begint bij de vraag: waar word jij gelukkig van? Dan komt de rest vanzelf. Dan help je iemand écht verder.”

2. Zet kleine stappen: je hoeft niet in week één te solliciteren.

Vertrouwen, structuur en een veilige omgeving zijn essentieel. Sommige mensen moeten eerst leren om weer elke dag op tijd op te staan. Solliciteren volgt dan vanzelf, zodra iemand daar klaar voor is.

3. Kies een coach met hart voor de mens. Geen vinkjeszetter, maar een richtingwijzer.

Een goede Spoor 2-coach begeleidt, luistert, stelt vragen en stimuleert. Niet vanuit de checklist, maar vanuit oprechte betrokkenheid. Alleen dan wordt een traject meer dan papierwerk.

Kan het systeem eerlijker?

Er gaan geluiden op om Spoor 1 na één jaar te beëindigen en standaard Spoor 2 in te zetten. Volgens Veronique is dat geen goed idee,want  je ziet nu al dat Spoor 2 soms onterecht wordt opgestart. Als je na een jaar standaard overstapt, krijg je nóg meer trajecten zonder perspectief.

Ook het moment van instappen is kritisch. Door wachttijden in de zorg weten veel mensen pas laat waar ze aan toe zijn qua belastbaarheid. Een vroeg Spoor 2-traject werkt dan averechts. Toch ziet Veronique ook positieve ontwikkelingen. Steeds meer organisaties kiezen voor maatwerk, en ook het UWV lijkt ruimte te zoeken om de menselijke maat terug te brengen.

Tot slot

Spoor 2 is geen overbodig traject, maar een waardevol instrument voor wie het goed inzet. Dat begint met luisteren naar mensen. Je kunt pas groeien als je wordt gezien. Spoor 2 moet dat mogelijk maken en juist niet in de weg staan. Wanneer werkgeluk het uitgangspunt is, wordt Spoor 2 geen verplichting, maar een kans op een nieuwe start. De sleutel? Begin bij de mens. Niet bij de regels.

Zie jij ook dat Spoor 2 pas werkt als je inzet op maatwerk en menselijkheid? Help organisaties het verschil maken met de juiste begeleiding. Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.

Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!

Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.

Hero vector

De (on)zin van de WGA-uitkering

Rochewood sprak met Nicoline van Klaveren, de WIA-expert van Nederland. Nicoline begeleidt werknemers in het ingewikkelde traject rond de WIA-beoordeling en publiceert daarover geregeld blogs op LinkedIn. Wat komt er allemaal kijken bij zo’n traject, hoe kijkt Nicoline aan tegen het idee achter de WGA-uitkering en welke problemen ziet ze daarbij ontstaan? Nicoline bespreekt mogelijke oplossingen en de ontwikkelingen.

Lees verder
Matthew en Nicoline van Klaveren in gesprek tijdens de opname van de podcast 'De Waarde van Werk' voor de aflevering: De (on)zin van de WGA-uitkering

Wat je echt moet weten over de WIA-beoordeling en WGA-uitkering

Het aantal mensen met een WIA-gerelateerde uitkering neemt gestaag toe. In cijfers die het CBS publiceerde, is te zien dat Nederland in september 2021 zo’n 350.000 uitkeringsgerechtigden kende. Meer dan de helft van deze groep heeft een WGA-toekenning. Maar wat houdt dat zo’n toekenning nu precies in? En wat zijn de gevolgen voor de persoon en (ex-)werkgever in kwestie?

In de wereld van sociale zekerheid is de WIA-beoordeling (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) een cruciaal moment voor werknemers die langdurig ziek zijn. Toch is er veel onduidelijkheid over hoe die beoordeling werkt, wat de uitkomst betekent en wat het voor zowel werknemers als werkgevers in de praktijk betekent.

Wat is de WIA-beoordeling precies?

WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Deze wet treedt in werking na twee jaar ziekte. Het UWV bekijkt of je nog (deels) kunt werken, en zo ja, hoeveel je dan nog zou kunnen verdienen. Op basis daarvan wordt bepaald of je recht hebt op een WIA-uitkering, en zo ja, op welke vorm.

De beoordeling bestaat uit twee onderdelen:

  • De verzekeringsarts beoordeelt je medische beperkingen.

  • De arbeidsdeskundige bekijkt welke functies je theoretisch nog zou kunnen uitvoeren en hoeveel je daarmee zou kunnen verdienen.

De vier mogelijke uitkomsten

Je kunt op basis van deze beoordeling in vier categorieën terechtkomen:

  1. 0-35% arbeidsongeschikt
    Geen recht op een WIA-uitkering. Je wordt in principe arbeidsgeschikt verklaard.

  2. 35-80% arbeidsongeschikt
    Je ontvangt een gedeeltelijke uitkering via de WGA. Je mag en moet blijven werken, op een niveau dat past bij je mogelijkheden.

  3. 80-100% arbeidsongeschikt (WGA)
    Volledig, maar niet duurzaam. Er wordt verwacht dat je op termijn weer (deels) kunt re-integreren.

  4. 80-100% arbeidsongeschikt (IVA)
    Volledig én duurzaam arbeidsongeschikt. In dit geval ontvang je 75% van je laatstverdiende loon en heb je geen sollicitatieverplichtingen.

Een IVA-uitkering geeft recht op 75% van het laatstverdiende loon en geen re-integratieverplichting. De WGA-uitkering is lager en brengt wel verplichtingen met zich mee, zoals het zoeken naar passend werk.

Wat als je net buiten de boot valt?

Zoals Nicoline zegt, de beoordeling voelt lang niet altijd eerlijk. Zeker voor mensen met een lager loon: zij hebben sneller het “probleem” dat hun theoretisch verdienvermogen nog te dicht ligt bij hun oorspronkelijke loon, waardoor ze geen WIA-uitkering krijgen ook al hebben ze flinke beperkingen.

Omgekeerd komen mensen met een hoog loon sneller in aanmerking voor een hoge mate van arbeidsongeschiktheid, omdat het verschil tussen hun oude en nieuwe loon veel groter is.

“Een piloot raakt door fysieke beperkingen zijn beroep kwijt, en omdat het verschil met bijvoorbeeld een administratief loon zo groot is, valt hij sneller in de hoogste categorie.” – Nicoline

Wat betekent dit voor werkgevers?

Ook als werkgever heb je met de WIA te maken. Je kunt na twee jaar ziekte ex-werkgever worden, maar afhankelijk van je risicodragerschap blijf je mogelijk tot tien jaar verantwoordelijk voor de re-integratie van je (ex-)medewerker.

Daarnaast geldt voor alle werkgevers: hoe meer mensen je in de WIA hebt, hoe hoger de premie wordt die je betaalt via de Werkhervattingskas. Dus ook al ligt de uitvoering bij het UWV, het loont om betrokken te blijven.

Kan het systeem eerlijker?

Nicoline geeft ideeën om het systeem te verbeteren. Eén daarvan is om uit te gaan van het maximumdagloon als basis voor de berekening van arbeidsongeschiktheid. Zo voorkom je dat mensen met een hoger salaris onevenredig gunstig worden beoordeeld.

Ook noemde Nicoline de maatwerkplaats van UWV als positieve ontwikkeling. Schrijnende gevallen worden daar opnieuw bekeken, buiten de standaardprocedures om. Een stap richting mensgerichter beoordelen.

Tot slot

De WIA-beoordeling is ingewikkeld en impactvol. Niet alleen vanwege de financiële gevolgen, maar ook vanwege de onzekerheid die het met zich meebrengt. Wat kun je nog? Wat wordt er van je verwacht? Hoe ga je om met een uitkering en de druk om te re-integreren? Goede begeleiding, duidelijke communicatie en eerlijke beoordeling zijn dan ook van groot belang. Voor zowel werknemers als werkgevers geldt: laat je goed informeren, want de impact is vaak groter dan gedacht.

Wil jij organisaties helpen bij hun verzuimende werknemer met een WGA uitkering? Bekijk onze vacature Register Casemanager of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.

Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!

Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.

Hero vector

De (on)zin van de RIV-toets

Rochewood sprak met Natascha Schenk, jurist sociaal verzekeringsrecht. Ze is bekend van haar blogs en LinkedIn-posts over het complexe speelveld van de WIA en sociale zekerheid. In dit interview zoomt ze in op de RIV-toets: het moment waarop het UWV toetst of een werkgever genoeg heeft gedaan aan re-integratie. Wat houdt deze toets in, waarom is hij zo belangrijk en hoe voorkom je een loonsanctie? Natascha geeft uitleg, kritiek én zes praktische tips.

Lees verder
Natascha Schenk in gesprek tijdens de opname van de podcast 'De Waarde van Werk' voor de aflevering: De (on)zin van de RIV-toets

De RIV-toets onder de loep: lessen uit de praktijk

Het aantal WIA-uitkeringen steeg in 2021 met maar liefst elf procent, meldde het UWV. Voor werkgevers betekent dat: vaker te maken met medewerkers die langer dan twee jaar ziek zijn. Na die 104 weken beoordeelt het UWV of je als werkgever genoeg hebt gedaan aan re-integratie. Maar hoe werkt dat precies? En wat wordt er van je verwacht?

Wat is de RIV-toets?

De RIV-toets (Re-integratieverslagtoets) is het moment waarop het UWV beoordeelt of de werkgever genoeg heeft gedaan om een langdurig zieke werknemer te re-integreren. Dit gebeurt pas als de werknemer na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aanvraagt.

Belangrijk: het gaat hierbij alléén om de inspanningen van de werkgever. De inzet van de werknemer telt niet mee. Heb je volgens het UWV onvoldoende gedaan, dan volgt er een loonsanctie: maximaal 52 weken langer loon doorbetalen en re-integreren.

Zo beoordeelt het UWV jouw inspanningen: de 5 stappen

De toets verloopt via een vaste route:

  1. Administratieve toets – Zijn alle verplichte documenten aanwezig? Denk aan de probleemanalyse, het plan van aanpak en voortgangsrapportages.

  2. Bevredigend resultaat? – Is de werknemer duurzaam teruggekeerd in passende arbeid?

  3. Inspanningen werkgever – Heb je spoor 1 (intern) en spoor 2 (extern) goed en tijdig opgepakt?

  4. Deugdelijke grond – Was er een geldige reden waarom je niet meer kon doen?

  5. Herstelmogelijkheden – Kunnen eventuele tekortkomingen alsnog worden hersteld?

Mist er een belangrijk document? Dan kan dat al leiden tot een administratieve loonsanctie. Zelfs als je verder wel actief bent geweest.

Waarom ook werknemers baat hebben bij de RIV-toets

Hoewel de toets gericht is op de werkgever, biedt het werknemers die wel willen re-integreren een krachtig middel. Zoals Natasja Schenk zegt:

“Als jij als werknemer zegt: ik kan nog wat, ik wil nog wat, maar je werkgever komt niet in beweging, dan kun je hem wijzen op de RIV-toets. Als je bij het UWV terecht komt, dan zitten ze misschien nog een jaar aan je vast.”

Met andere woorden: De RIV-toets is meer dan een momentopname. Het is een structureel controlemoment dat werkgevers scherp houdt.

Kritiek: te veel afvinken, te weinig menselijkheid

Schenk is kritisch over hoe de toets in de praktijk werkt. In plaats van een inhoudelijke beoordeling is het steeds vaker een kwestie van vinkjes zetten geworden. De menselijke maat raakt ondergesneeuwd.

Een extra uitdaging: als werkgever mag je weinig weten over de medische situatie van de werknemer, maar je moet wél op basis van die beperkte info de juiste stappen zetten. Gaat de bedrijfsarts de mist in? Dan ligt de verantwoordelijkheid alsnog bij jou.

Zes tips om loonsancties te voorkomen

1. Zorg dat je dossier compleet is
Een flink deel van de sancties komt voort uit iets simpels: ontbrekende documenten. Dat is zonde en te voorkomen. Laat iemand met ervaring meekijken!

2. Vertrouw niet blind op externe deskundigen
Blijf scherp op rapportages van bijvoorbeeld re-integratiebureaus. Worden beperkingen goed vertaald naar functies? Wordt er rekening gehouden met taalproblemen of eenzijdige werkervaring?

3. Pas sancties op de juiste manier toe
Krijg je te maken met een werknemer die niet meewerkt? Dan verwacht het UWV dat jij maatregelen neemt, zoals loonopschorting of loonstop. Altijd documenteren en eerst waarschuwen!

4. Vraag tijdig een deskundigenoordeel aan
Twijfel je over de voortgang of geschiktheid van werk? Vraag een deskundigenoordeel aan bij het UWV. Wacht hier niet te lang mee, want de wachttijd kan flink oplopen.

5. Verzuim = vakwerk
Een ervaren casemanager helpt werkgevers het proces te bewaken, de juiste vragen te stellen en te zorgen dat alles inhoudelijk én juridisch klopt. “Verzuim is echt een vak,” benadrukt Schenk.

6. Jij blijft verantwoordelijk
Ook als je werk uitbesteedt, ben jij eindverantwoordelijk. Lees rapportages goed, stel vragen en documenteer jouw keuzes. Kritisch blijven dus!

Wil jij verschillende organisaties helpen loonsancties te voorkomen en moeiteloos de RIV-toets te doorstaan? Bekijk onze vacatures of plan je kennismaking met onze recruitmentspecialist Lindsay.

Liever luisteren dan lezen? Luister deze aflevering in onze podcast De Waarde van Werk!

Wil je meer praktische voorbeelden en inzichten horen? Beluister deze aflevering van onze podcast De Waarde van Werk hier.