De strijd tussen de RNVC en het RSC

Om jullie mee te nemen in het inzicht dat ik de afgelopen tijd heb opgedaan, en nog dagelijks opdoe, ben ik gestart met een serie blogs over casemanagers. Over hun rol en mogelijke meerwaarde, de verschillende expertises en nog veel meer. Na eerdere edities over het belang van een goede regisseur, de kansen van taakdelegatie, het kiezen van de juiste specialist, hoe je casemanager wordt en het Eigen-Regiemodel, vandaag de zesde in deze serie: De strijd tussen de RNVC en het RSC.

UPDATE 19-02-2020: Vandaag hebben zowel het RSC als de RNVC laten weten dat de wederzijdse intentie is uitgesproken om in de toekomst samen borg te staan voor de kwaliteit van de register casemanager en de erkenning van het beroep. Ook willen de registers samen optrekken voor het versterken van de positie ten opzichte van politiek en stakeholders. Een nieuw op te richten stichting moet deze plannen in de praktijk gaan brengen.

Raar maar waar: de functienaam ‘Casemanager’ is niet beschermd. De persoon die regisseur is over het re-integratieproces van een verzuimende medewerker, hoeft daartoe dus niet gekwalificeerd te zijn. Bijzonder, want sociale uitkeringen beslaan jaarlijks zo’n 50% van het totaal aan uitgaven dat onze overheid doet. En dat is nog exclusief de verzuimkosten die werkgevers jaarlijks maken (zo’n 30 miljard euro in 2018). Je zou dan ook zeggen dat het een goed idee is om bepaalde deskundigheidseisen aan casemanagers te stellen. Maar daarover schreef ik al eerder.

Casemanagement is een vak in ontwikkeling. Waar verzuimbegeleiding eerder als een breed spectrum werd gezien, zijn casemanagers tegenwoordig steeds vaker specialisten in een bepaald onderdeel van het werk. Mede hierom vraagt de markt in toenemende mate om gediplomeerde professionals. Een ontwikkeling die onderschrijft dat het vakgebied almaar professioneler wordt.

Kwaliteitsborging is een logisch gevolg van die ontwikkeling. Zeker in een zo dynamische wereld als die van de sociale zekerheid, is permanent actueel zijn in je vakgebied een vereiste. Als professional is het daarom gangbaar je bij één van de twee casemanagement-registers aan te sluiten: de Registerberoepsvereniging Nederlandse Vereniging voor Case- en caremanagers (RNVC) en het Register Specialistisch Casemanagement (RSC). In deze blog meer over deze registers en de tussen hen gaande stammenstrijd die verzuimland sinds 2017 bezighoudt.

Laten we beginnen bij de RNVC, opgericht in 2004 en daarmee de oudste van de twee. De RNVC kent twee titels, te weten de Register case- en caremanager (Rccm) en de Casemanager regie op verzuim (Crov). Waar de eerste zich bezighoudt met financiële risico’s en schadelastbeheersing rond verzuim en sociale zekerheid op beleidsniveau, doet de tweede dat op afzonderlijke casuïstiek. Lid worden kan nadat je een erkende opleiding hebt gevolgd. Om geregistreerd te blijven dien je vervolgens ten minste drie intervisies per jaar bij te wonen, vierhonderd uur per kalenderjaar actief te zijn in het vakgebied en eens per drie jaar een PE-toets af te leggen waarmee je aantoont over actuele kennis te beschikken. De RNVC organiseert in het kader van deze laatste eis tweemaal per jaar een studiedag en heeft een digitale leeromgeving gecreëerd waarop permanente educatie wordt aangeboden.

Dat klinkt allemaal prima georganiseerd. Daarbij is één register, met bijhorende titels, wel zo overzichtelijk. Waarom het daar dan niet bij laten? En als we daarin meenemen dat Herwin Schrijver en Marjol Nikkels, medeoprichters van het RSC, ook al betrokken waren bij de geboorte van de RNVC, wordt het helemaal een bijzonder verhaal. Hoe dit alles zo kon lopen? Daarvoor moeten we terug naar eind 2016.

Het was in die periode dat de schaarste aan bedrijfsartsen meer en meer onderwerp van gesprek werd. Zeker met de op dat moment aanstaande invoering van de nieuwe Arbowet (juli 2017) en de daarin meer prominente rol van de bedrijfsarts, kon verzuimland niet langer om het issue heen. Taakdelegatie werd gezien als een van de mogelijke oplossingen en dus ontwierp CS Opleidingen de studie Casemanager Taakdelegatie. Omdat de rol van een Casemanager in taakdelegatie wezenlijk anders is dan wanneer namens de werkgever regie wordt gevoerd, hoorde bij die opleiding ook een nieuwe titel. Of tenminste, zo vonden Herwin en Marjol. Het RNVC-bestuur dacht hier echter anders over. Het bleek de druppel te zijn in een eerder al volgelopen emmer.

Als niet-ingevoerde begrijp je wellicht nog niet waarom iets ‘simpels’ als onenigheid over een al dan niet te voeren titel, zulke vergaande gevolgen heeft gehad. Hoe was deze spreekwoordelijke emmer volgeraakt? Om daarop antwoord te kunnen geven, duiken we nogmaals de geschiedenis in.

CS Opleidingen is de moeder aller casemanagement-opleidingen. Samen met de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, die tevens geldt als toezichthouder, zijn de studies de afgelopen vijftien jaar stap voor stap verder ontwikkeld. Zowel inhoudelijk, in de context van wijzigingen op het gebied van wet- en regelgeving, als ook op het gebied van vaardigheden en een veranderende werkomgeving. Met de toenemende populariteit van het vak, ontwikkelden ook andere opleiders een aanbod. Het intellectueel eigendom van het curriculum voor de opleiding, was echter in handen van CS en niet zomaar toegankelijk voor andere partijen. Binnen het RNVC-bestuur groeide de onrust over de zeggenschap die CS hierdoor had. Op verzoeken het curriculum af te staan aan het bestuur, werd door de opleider niet ingegaan. Zo ontstond langzaam maar zeker een situatie van wederzijds wantrouwen. Daarin betichtte de ene partij de ander van het vasthouden aan een monopolypositie, terwijl omgekeerd juist ongewenste zeggenschap over de inhoud van de opleiding en het vak als verwijt werd aangevoerd. Een onoverkomelijk punt van discussie, zo bleek.

Uit deze strijd tussen twee kampen werd, na de eerder omschreven ‘druppel’, op 1 januari 2017 het RSC geboren. In eerste instantie enkel om titels te kunnen voeren voor specialisaties, zoals Casemanager Taakdelegatie. Al snel werden daaraan echter ook de non-specialisatietitels toegevoegd. De RNVC had in samenwerking met Hobéon en CPION namelijk haar eigen beroepscompetentieprofiel en verdere eisenpakket ontwikkeld, om zo het toekennen van de titels RCCM en CROV voor een breder scala aan opleiders open te stellen. In de ogen van het RSC ging dit gepaard met een devaluatie van deze titels, vanwege een verschil in studielast en toetsnormen. Om die reden werden in augustus 2017 door het RSC de titels ROV, RCM en RCMC ingevoerd, als reactie op de koerswijziging van de RNVC. En daarmee kwamen beide partijen écht tegenover elkaar te staan.

Terug naar het heden. Hoewel de RNVC de voorsprong in jaren had, heeft het RSC haar voorganger inmiddels ingehaald. Op moment van schrijven is het aantal ingeschreven casemanagers (afgestudeerd of nog in opleiding) respectievelijk 450 om 1350. Naast het aantal te voeren titels en de toegangseisen, is het grootste verschil tussen de registers dat kwaliteitsborging door het RSC strakker ingericht is. Zo wordt permanente educatie onder meer getoetst door leden te verplichten elke twee jaar een kennistoets met goed gevolg af te leggen. Aanvullend daarop dient eenieder 25 PE-punten te behalen middels intervisie, bijscholingen, kennistoetsen of behaalde specialisaties.

Het RSC is dus als ‘winnaar’ uit de bus gekomen uit de strijd die verzuimland sinds 2017 bezighield. Niet alleen omdat het merendeel van de professionals zich achter het RSC schaarde, maar bijvoorbeeld ook doordat de RNVC deels terugkwam op zijn standpunt aangaande taakdelegatie. Hoewel een aparte titel niet zal worden ingevoerd, wordt de specialisatie inmiddels als een specifieke deskundigheid gezien.

Desondanks is de situatie nog altijd niet ideaal. De gemiddelde opdrachtgever zal bijvoorbeeld geen verschil zien tussen de titels RCCM en RCMC. En waar de ene organisatie een specifieke opleiding of titel als eis hanteert bij een vacature, zal de ander simpelweg geen weet hebben van alle mogelijkheden die hierin zijn. De tegenstrijdige geluiden hierover vanuit de twee registers, maken dat alles alleen nog maar ingewikkelder. Dat werkt niet alleen verwarrend, maar maakt ook dat een casemanager soms voor lastige situaties komt te staan. Leg maar eens uit waarom jij van mening bent dat je een hoger uurtarief of salaris verdient, omdat in jouw ogen de door jou gevolgde opleiding meer waard is. Op deze manier wordt aan de professionalisering van het vak, afbreuk gedaan door onprofessioneel gedrag in de top.

Zoals ik eerder al eens schreef, ben ik een voorstander van onderscheid. Onderscheid in die zin, dat simpelweg niet elke casemanager hetzelfde komt brengen. Specialisaties kunnen hierin van toegevoegde waarde zijn. Daarbij geldt wel dat dit ook weer niet te ver moet worden doorgevoerd. Dat opdrachtgevers door de bomen het bos niet meer zien. Zo vind ik Regie op Werkvermogen bijvoorbeeld een wat twijfelachtige titel. Meer een aantekening, die hanteert het RSC namelijk ook, waardig. Zonder daarbij afbreuk te willen doen aan het nut van een dergelijke specialisatie overigens.

En zo hebben we zowel het verleden als het heden behandeld. Maar de toekomst, hoe ziet die eruit? Hebben we te maken met een eeuwigdurende strijd zoals die van Tom versus Jerry, of is er licht aan het eind van de tunnel?

Gelukkig lijkt dat tweede het meest waarschijnlijk. Te zeggen dat de rust al is wedergekeerd gaat te ver, maar van een ommekeer mogen we al wel spreken. Hoewel nog steeds is sprake van verschillen van inzicht en een scheiding tussen de twee registers, worden voorzichtig aan weer gesprekken gevoerd die in de toekomst mogelijk gaan leiden tot de terugkeer naar één register. Daarbij helpt wellicht dat Herwin en Marjol bezig zijn met de verkoop van CS Opleidingen en hun positie hierdoor verandert. Marjol zou hierdoor bijvoorbeeld een meer objectieve rol kunnen krijgen in de kwaliteitsborging van opleidingen die toegang geven tot het mogen voeren van een erkende casemanagement-titel.

Wat dat betreft zou het mooi zijn als deze blog over een jaar alweer achterhaald is. Of liever nog, deze zomer al. Een meer divers aanbod qua titels past immers bij de ontwikkeling van het vakgebied, evenals heldere en strakke eisen op het gebied van scholing. Daarover op een volwassen manier met elkaar in gesprek gaan echter ook. Want iedereen is gebaat bij één register, een duidelijke titelvoering en gezamenlijke standpunten wanneer vanuit het vak mag worden bijgedragen aan wetgeving of de uitvoer daarvan.

Ik realiseer me dat ik nog heel veel punten openlaat, wellicht zelfs nieuwe vragen bij je oproep. Stel die in reactie op deze blog ook vooral, zodat ik hier later in de serie op kan terugkomen. Voor nu hoop ik dat je snapt hoe het komt dat er twee casemanagement-registers zijn, maar dat je vooral begrijpt waarom ze snel weer één moeten worden.

En waarom ik het zo interessant vind in een markt die zo vol is van liefde voor vak, actief te zijn.