De kansen van taakdelegatie

Om jullie mee te nemen in het inzicht dat ik de afgelopen tijd heb opgedaan, en nog dagelijks opdoe, ben ik gestart met een serie blogs over Casemanagers. Over hun rol en mogelijke meerwaarde, de verschillende expertises en nog veel meer. Na het eerdere verhaal over het belang van een goede regisseur, vandaag de tweede in deze serie: De kansen van taakdelegatie.

De afgelopen jaren is het tekort aan bedrijfsartsen langzaam maar zeker toegenomen. Enerzijds doordat de uitstroom van professionals in deze beroepsgroep groter is dan de instroom, anderzijds vanwege de prominentere rol die de bedrijfsarts sinds juli 2017 (nieuwe Arbowet) inneemt in het verzuimproces. Logisch dus dat iedereen zoekt naar oplossingen voor deze schaarste. Eén mogelijkheid daartoe is de bedrijfsarts bepaalde taken over te laten dragen. De bedrijfsarts kan zich dan meer bezighouden met de complexere zaken, terwijl de simpelere activiteiten door andere professionals gedaan worden. Taakdelegatie dus.

Hoewel dat misschien eenvoudig klinkt, brengt taakdelegatie in de praktijk nogal wat issues met zich mee. Zo is bijvoorbeeld de definitie van taakdelegatie onduidelijk en ontbreken mede daardoor heldere kaders. Bovendien heeft het NVAB (Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde) in deze een nogal multi-interpretabel standpunt ingenomen. Onder meer door een schema op te stellen met taken die al dan niet over te dragen zijn, waarbij het aan de bedrijfsarts zelf is om te bepalen hoe bekwaam de professional is voor de te delegeren taak. Waarbij dan ook nog eens niet duidelijk wordt gemaakt wat ‘bekwaamheid’ dan precies is.

Dat schiet dus niet op.

Ervan uitgaande dat een bedrijfsarts desalniettemin taken zou willen overdragen, daar is hij immers bij gebaat, is de Casemanager een van de professionals aan wie hij dat kan doen. Een opgeleide Casemanager is een specialist in mogelijkheden, die in de regel geen BIG-registratie (benodigd om werkzaam te zijn in acht hiermee beschermde functies in de gezondheidszorg) heeft. Met andere woorden: je mag ervan uitgaan dat de medische kennis van de gemiddelde Casemanager beperkt is.

Nu is ‘gelukkig’ 70% procent van het langdurig verzuim niet (uitsluitend) medisch. Dat betekent niet dat Casemanagers eenzelfde deel van de taken van de bedrijfsarts kunnen overnemen, maar wel dat een niet-medische benadering wenselijk kan zijn. Plaats jezelf bijvoorbeeld eens in de schoenen van een werkgever die weet dat een verzuimmelding is gekomen als reactie op een arbeidsconflict. En dat je dan moet wachten op de bedrijfsarts, die wettelijk gezien pas bij week 6 in beeld komt en gezien de huidige schaarste ook echt niet eerder beschikbaar zal zijn. Of dat je als werknemer eerst een paar weken thuis moet gaan zitten, voordat je adequate hulp krijgt.

Fijn dus als zo snel mogelijk duidelijk is wat de reden van verzuim is. Het standpunt van de NVAB biedt hiertoe ruimte voor ondersteuning aan de bedrijfsarts op het gebied van inventarisatie voor een niet-medisch professional. (Beperkt) medische informatie uitvragen en vastleggen dus, zodat de bedrijfsarts deze kan beoordelen. Zo’n inventarisatiegesprek biedt duidelijke kansen. Als de Casemanager bijvoorbeeld signalen opvangt van een vertrouwensbreuk met werkgever, privézaken die spelen of pestgedrag op de werkvloer, kan deze daar direct op acteren. Of als blijkt dat de werkgever aanspraak kan maken op de no-riskpolis. Daar is iedereen dus mee geholpen.

In de praktijk gebeurt dit trouwens al. Bedrijfsartsen en Casemanagers werken in goede harmonie met elkaar samen en zijn daardoor succesvoller. Centraal daarin staat wederzijds vertrouwen. Elkaar kennen en weten dat je op elkaar aan kunt.

Met de aandacht voor taakdelegatie (en de AVG), neemt ook het aantal gerichte opleidingen toe. Met name vanuit de casemanagement-zijde. Het is een poging om kaders te scheppen, helderheid te creëren en een basis neer te zetten voor een goede samenwerking. In de praktijk blijkt echter dat Casemanagers die eerder al samenwerkten met een bedrijfsarts, ervaren dat ze in zo’n opleiding vooral dingen moeten afleren.

Totdat de Werkwijzer taakdelegatie er is, blijft het sowieso dweilen met de kraan open. Ervan uitgaande trouwens, dat in de werkwijzer de bekwaamheidstoets concreet wordt gemaakt en niet langer (deels) ter interpretatie van de bedrijfsarts is. Dat komt namelijk gewoon neer op vertrouwen.

Het waarom van taakdelegatie moge duidelijk zijn. Dat iedereen er mogelijk bij gebaat is ook. Momenteel loopt het proces echter spaak door onduidelijkheid. Bedrijfsartsen die niet kunnen vertrouwen op heldere kaders en Casemanagers die tijdens opleidingen moeten afleren wat ze zich in de praktijk eigen hebben gemaakt. Het is goed om met elkaar na te denken over de kaders die hierbij van toepassing moeten zijn, maar laten we die vooral bottom-up bepalen in plaats van top-down.

Ik realiseer me dat ik nog heel veel punten openlaat, wellicht zelfs nieuwe vragen bij je oproep. Stel die in reactie op deze blog ook vooral, zodat ik hier later in de serie op kan terugkomen. Voor nu hoop ik dat je helder is wat de kansen zijn van taakdelegatie, maar ook welke obstakels er nog te overwinnen zijn.

En waarom ik het zo interessant vind in een zo beweeglijke markt actief te zijn.