No cure no pay, een slecht idee (1/5) Vissen met netten

Dit is deel 1 in een serie van 5 blogs. Blogs waarin ik je meeneem in de wereld van werving en selectie en waarom mijn branche toe is aan vernieuwing. Waarom het no cure no pay model haar beste tijd gehad heeft. Maar ook hoe het anders kan. Anders moet. Lees je mee?

Collega - Lennard

Naast detachering helpen wij bij Rochewood regelmatig opdrachtgevers met het vinden en binden van vaste medewerkers. Bekend als werving en selectie. Een dienst waar in een krappe arbeidsmarkt veel vraag naar is. Of is er vooral behoefte naar mensen die bij je willen komen werken en maakt het niet uit wat je daarvoor doet en hoe je het noemt? Hoe dan ook, op deze arbeidsmarkt en binnen onze vakgebieden (verzekeringen, letselschade, sociale zekerheid en hypotheken) is er sprake van krapte.

Hoe werkt zoiets in de praktijk? Een opdrachtgever, denk aan een willekeurig bedrijf, neemt contact op met het bericht dat ze hulp nodig hebben bij het invullen van een vacature. Vaak omdat het zonder hulp niet is gelukt. Men is dus al een tijdje bezig. Het kan zijn dat je het enige bureau bent dat wordt gevraagd te helpen. Het kan ook zijn dat er meerdere bureaus tegelijkertijd zijn benaderd. Soms om het beste bureau te selecteren en dan pas te werven. Vaker om meerdere bureaus tegelijkertijd hetzelfde werk te laten doen. Voor dezelfde vacature. Hoe kan dit en waarom zou je dit als opdrachtgever willen?

Het antwoord op deze vraag zit voornamelijk in het beloningsmodel. Bijna zonder uitzondering werkt de recruitment-markt, met name werving en selectie, op basis van no cure no pay. Je krijgt als bureau alleen betaald als je de kandidaat aanlevert die in dienst treedt. Dit is ook de reden dat er vanuit opdrachtgevers weinig bezwaar lijkt te zijn om meerdere bureaus tegelijkertijd in te schakelen voor dezelfde vacature. Immers, je hebt al geaccepteerd dat je flinke kosten gaat maken voor het aannemen van de geschikte kandidaat (vaak 20% van het bruto jaarsalaris). Wélk bureau dit gaat factureren maakt dan niet meer uit.

Het gaat daarom vooral om het resultaat, niet om de weg daarnaartoe. Natuurlijk wordt er van je verwacht dat je zorgvuldig werkt in naam van de opdrachtgever, maar wat is daar de definitie van? En (hoe) houdt de opdrachtgever daar zicht op? Vakgenoten, waaronder Koen Roozen en Aaltje Vincent, hebben gewerkt aan een universele recruitercode die dit duidt (https://recruitercode.nl/). Een heel goed initiatief, maar lossen we hier het probleem mee op?

‘Probleem?’ hoor ik je denken. Het is toch prima dat je pas betaald wordt als je de oplossing levert? Dit topic op Tweakers geeft inzicht in hoe voornamelijk IT’ers (ook al zo'n krappe arbeidsmarkt) recruiters ervaren. Recruiters en bureaus hebben al tijden te maken met een imagoprobleem. Heel vreemd is dat niet.

Bureaus die werven zonder het juiste verhaal te kennen, de functie niet snappen, niet transparante en rommelige sollicitatieprocedures erop nahouden, cv’s voorstellen zonder toestemming van de kandidaat. Slechts een greep uit talloze voorbeelden van zaken die dagelijks misgaan. De recruitment-wereld krijgt er geen betere naam van. En de opdrachtgever namens wie men zegt te werven evenmin.

Ik vind het opvallend dat veel opdrachtgevers niet in de gaten lijken te hebben dat ze deze onwenselijkheden zelf in de hand werken. Het no cure no pay-model stimuleert bovenstaand gedrag bij bureaus. Ze hebben immers niets te verliezen en alles te winnen. Om te proberen te begrijpen waarom het gaat zoals het gaat, spreek ik mijn opdrachtgevers over dit onderwerp en stel ik kritische vragen. Zo sprak ik pas een heel eerlijke opdrachtgever die werven vergeleek met vissen. Meer netten op verschillende plaatsen maakt de kans groter dat je de juiste vis vangt. Klinkt logisch toch?

Interessante metafoor. Laten we daarop doorgaan. Welke vis zoeken we en waarom? Ligt het net wel op de goede plek of leggen we nog meer netten op de verkeerde plek, in de hoop dat het misschien de goede is? Om nog maar te zwijgen over alle andere vissen die je bij het ophalen van netten treft. Of wat dacht je van afval in de netten, waar je helemaal niet op zit te wachten. Vraag is dus eigenlijk of je niet beter een goede hengel kunt aanschaffen.

Nu wil ik kandidaten zeker niet vergelijken met afval of een vis, maar je begrijpt hopelijk wat ik bedoel. Ik ben allesbehalve een visser, dus mogelijk stel ik de verkeerde vragen. Maar dat er vragen gesteld moeten worden lijkt mij duidelijk. Het stellen en samen beantwoorden van deze vragen kost echter tijd. En tijd is geld. Je moet als bureau heel goed weten wat je doet, maar als opdrachtgever net zo goed. Tijd voor een ‘cure’?

Lees meer